RvdW 2025/602:Eendaadse samenloop van medeplegen invoer van 250 kg cocaïne (art. 2 onder A Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen daarvoor (art. 10a lid 1 Opiumwet). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten opzet. Kan oordeel dat verdachte wetenschap had van invoer van cocaïne voldoende worden afgeleid uit bewijsmiddelen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Bezien in het licht van ’s hofs vaststellingen in zijn nadere bewijsoverwegingen en gelet op beperkte onderbouwing door verdachte van zijn alternatieve verklaring, is niet van onjuiste rechtsopvatting getuigende verwerping daarvan door hof en ’s hofs daaropvolgende oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op invoer van cocaïne en plegen van voorbereidingshandelingen a.b.i. art. 10a Opiumwet, niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2025/600, RvdW 2025/603, RvdW 2025/604 en RvdW 2025/613.