Bewijsrechtelijke verhoudingen in het verzekeringsrecht
Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/:Verhandeling
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/
Verhandeling
Documentgegevens:
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS360635:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het Duitse recht kent een bepaling ter zake, waar § 306 BGB, Abs. 1, bepaalt: 'Sind Allgemeine Geschäftsbedingungen ganz oder teilweise nicht Vertragsbestandteil geworden oder unwerksam, so bleibt der Vertrag im übrigen wirksam.'
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij een boek als het onderhavige, mag aandacht voor de algemene-voor-waardenregeling niet ontbreken. De keuze voor de plaats waarop deze, gegeven de gekozen structuur van het onderzoek, het best aan de orde kan komen, is met die vaststelling evenwel niet gegeven. Enerzijds lijkt de alge-mene-voorwaardenregeling te passen in een hoofdstuk over de onderlinge communicatie tussen verzekeraar en verzekeringnemer, omdat het onderwerp met name voor wat betreft de ter hand stelling daaraan raakt. Tegelijkertijd past de bespreking van de betreffende titel 6.5.3 ook (en eigenlijk: beter nog) bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst. Dat is, zoals ik in de aanleiding aangaf, niet omdat de mogelijke niet-toe-passelijkheid van de algemene voorwaarden de totstandkoming van de overeenkomst als zodanig zou aantasten,1 maar wel omdat bij niet-toepas-selijkheid van de algemene voorwaarden slechts die onderdelen van de overeenkomst resteren, waarover tussen de partijen inhoudelijk wilsovereenstemming moet bestaan en ook bestaat, de zgn. kernbedingen. Naar de opbouw van het boek, heb ik uiteindelijk voor die laatste optie en daarmee voor bespreking op deze plaats gekozen.