Bewijsrechtelijke verhoudingen in het verzekeringsrecht
Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/11:HOOFDSTUK 11 SAMENLOOP
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/11
HOOFDSTUK 11 SAMENLOOP
Documentgegevens:
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS358244:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Inleidend
Van samenloop van verzekeringen is - kort weergegeven - sprake wanneer eenzelfde belang door meer dan een verzekering wordt gedekt. Indien van samenloop sprake is, geeft art. 7:961 BW, dat over samenloop spreekt als 'meervoudige verzekering', antwoord op de vraag welke verzekeraar hij aan kan spreken (d.i.: 'elke'). Ook geeft het artikel regels voor de (aangesproken) verzekeraar over het onderlinge verhaal dat hij heeft om ervoor te zorgen dat ieder der betrokken verzekeraars zijn deel draagt, naar evenredigheid van de bedragen waarvoor een ieder afzonderlijk kan worden aangesproken. De regeling terzake van samenloop is daarmee een uitwerking van het zgn. indemniteitsbeginsel, waarmee strijdig zou zijn dat de verzekerde uit de gezamenlijke polissen in totaal meer vergoed krijgt dan het totaalbedrag van de door hem geleden schade.1De regeling in art. 7:961 BW noemt het indemniteitsbeginsel ook met zoveel woorden door aan te geven dat de verzekerde met inachtneming van art. 7:960 BW elke verzekeraar kan aanspreken. Aan de andere kant is de regeling er ook een ter bescherming van verzekerde, doordat zij - door regelendrechtelijk op te nemen dat verzekerde bij schade elke verzekeraar kan aanspreken - belet dat een aangesproken verzekeraar zich achter andere(n) verschuilt.2
Wat reeds bij deze inleidende opmerkingen over de samenloopregeling opvalt, is dat de regeling zich laat onderscheiden naar aspecten die gelden in de verhouding verzekerde-verzekeraar en aspecten die zien op de verhouding tussen de verzekeraars onderling. De eerstgenoemde verhouding is er een die gekenmerkt wordt door de feitelijke vaststelling van de voorvraag óf van samenloop sprake is. Eerst dan, immers, kan afwikkeling binnen de tweede verhouding, die van verzekeraars onderling, plaatsvinden. Op de bewijsrechtelijke aspecten van de samenloopregeling, zoals deze zich in deze beide verhoudingen voordoen, zal ik hieronder ingaan.
11.1 Samenloopbepalingen in de verhouding verzekerde-verzekeraar11.2 Samenloopaspecten in de verhouding tussen de verzekeraars onderling