Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/3
HOOFDSTUK 3 DE TOTSTANDKOMING VAN DE VERZEKERINGSOVEREENKOMST
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS353484:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
J.H. Wansink, 'De totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst (aanbod en aanvaarding) naar huidig en komend recht', VA 1988, p. 82.
Asser/Clausing & Wansink 2007, nr. 115 e.v. De van deze lijn afwijkende vormen van aanbod en aanvaarding (het aanvraagformulier als aanbod tot het doen van een aanbod) komen daar ook aan bod.
Zie hierover meer uitgebreid 2.1.
Voor een beschrijving van de spelregels van aanbod en aanvaarding en de 'vertaling' van de algemene beginselen naar de verzekeringsrechtelijke toepassing(en) verwijs ik graag naar de op de verzekeringsovereenkomst toegespitste literatuur, zoals het (ondanks dat het al gedateerd is: inzichtgevend) overzichtsartikel van Wansink, t.a.p. en Asser/Clau-sing & Wansink 2007, nr. 115 e.v.
In de praktijk wordt wel gewerkt met clausules die iets bedoelen te zeggen over de totstandkoming. Bijvoorbeeld, die waarin ondergetekende zich ermee bekend verklaart, dat de verzekering eerst tot stand komt na acceptatie door de maatschappij. Maar ook de zgn. 14-dagen-onherroepelijkheidsclausule kan een rol spelen: 'Indien de verzekeraar niet binnen 14 dagen na ontvangst van de aanvraag kenbaar maakt, dat de aanvraag niet of nog niet wordt aanvaard, zal de dekking ingaan op de door ondergetekende voorgestelde ingangsdatum'. Op de betekenis van elk van deze clausules zal ik hieronder onder 3.2 ingaan.
Inleidend
Bij het in kaart brengen van het leerstuk van 'de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst' valt een aantal punten op. Allereerst dat titel 7.17 BW op deze fase van totstandkoming geheel niet ingaat, maar eerst later 'instapt' en wel door in art. 7:932 BW op te nemen: 'De verzekeraar geeft zo spoedig mogelijk een akte, polis genaamd, af, waarin de overeenkomst is vastgesteld'. Dat spreekt naar de gelaagde structuur van het Burgerlijk Wetboek voor zich, omdat de verzekeringsovereenkomst net als iedere andere overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Daarmee gelden de 'gewone' regels die voor alle rechtshandelingen gelden (Boek 3), evenals de bijzondere bepalingen die voor het deelgebied van de (verbintenisscheppende) overeenkomst (Boek 6) gelden. Heel kort weergegeven geldt daarmee voor de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst dat tussen de betrokken partijen wilsovereenstemming dient te bestaan. Deze hoeft niet gelijktijdig te bestaan: voldoende is in het algemeen dat iemand aan een ander een aanbod heeft gedaan en dat dit aanbod tijdig, dat wil zeggen op een tijdstip, waarop het aanbod nog van kracht was, is aanvaard.1 Naar verzekeringsrechtelijke verhoudingen is de vertaling van deze fasen van aanbod en aanvaarding overzichtelijk te noemen: in de regel heeft het inzenden van een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier (door de aspirant-verzekeringnemer) als aanbod te gelden en komt vervolgens de overeenkomst tot stand na aanvaarding van dat aanbod door de verzekeraar.2 Daarbij geldt overeenkomstig de algemene regel van art. 3:37 BW dat een bericht houdende een aanbod of aanvaarding eerst werking toekomt zodra dit de geadresseerde heeft bereikt.3
Het past bij de opzet van dit boek dat ik aan bovengenoemde regels van aanbod en aanvaarding uitsluitend aandacht besteed voor zover deze binnen de eigen, verzekeringsrechtelijke toepassing zelfstandige bewijsrechtelijke aspecten in zich dragen.4 In dat kader verdient een drietal aspecten/ situaties bijzondere aandacht. Dat is - onder 3.1 - het bewijs van (de totstandkoming van de) voorlopige dekking, waarbij een rol speelt dat deze naar haar aard veelal mondeling tot stand komt. Onder 3.2 zal ik vervolgens ingaan op de (on)herroepelijkheid van een door de aspirant-verzekeringnemer gedaan aanbod en de betekenis in dat kader van door verzekeraars wel gehanteerde clausules die daarop betrekking hebben.5 Met name de clausule die iets bedoelt te zeggen over de onherroepelijkheid van het aanbod kan bewijsrechtelijk een rol spelen in de situatie waarin de overeenkomst langs 'reguliere' weg (dus: door het inzenden van het aanvraagformulier en daarop volgende acceptatie) bedoeld is tot stand te komen, maar er in de periode vóórdat de verzekeraar zijn beslissing aan de aspirant-verzekeringnemer heeft kenbaar gemaakt, al een schade valt. Daarbij rijst de vraag of de verzekeraar zich - onder alle omstandigheden - aan vergoeding van die schade kan onttrekken door de aanvraag van verzekering niet te aanvaarden. Daarnaast komt aan de orde de vraag of de bedoelde clausule (mede) invulling geeft aan de manier waarop de verzekeraar aan zijn wederpartij, de aspirant-verzekeringnemer, mededeling van aanvaarding of afwijzing doet.
Wat verder nog op valt bij het in kaart brengen van 'de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst', is dat zij raakt aan de regeling van de algemene voorwaarden, zoals deze in afd. 6.5.3 BW is opgenomen. Niet omdat de mogelijke niet-toepasselijkheid van de algemene voorwaarden de totstandkoming van de overeenkomst als zodanig aantast, maar wel omdat bij niet-toepasselijkheid van de algemene voorwaarden slechts die onderdelen van de overeenkomst resteren, waarover tussen de partijen inhoudelijk wilsovereenstemming moet bestaan, de zgn. kernbedingen. De bewijsrechtelijke aspecten van de algemene-voorwaardenregeling komen hieronder in 3.3 aan de orde.
3.1 Bewijs van voorlopige dekking3.2 (On)herroepelijkheid van het aanbod en de invloed van clausules3.3 De samenhang met de algemene-voorwaardenregeling