Bewijsrechtelijke verhoudingen in het verzekeringsrecht
Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/4.3.2:4.3.2 Opzegbevoegdheid voor de verzekeraar
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/4.3.2
4.3.2 Opzegbevoegdheid voor de verzekeraar
Documentgegevens:
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS359387:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De verzekeraar komt geen recht op opzegging toe indien slechts de tot uitkering gerechtigde met het opzet tot misleiden heeft gehandeld. Zie hierover Asser/Clausing & Wansink2007, nr. 172.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verzekeraar kan bij niet-nakoming van de mededelingsplicht ingevolge het bepaalde in art. 7:929 lid 2 op twee gronden de overeenkomst opzeggen, te weten (i) ingeval sprake is van opzet van de verzekeringnemer om de verzekeraar te misleiden1 of (ii) indien de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten.
Voor beide gronden geldt dat zij ook betekenis hebben voor de beantwoording van de vraag welke gevolgen de niet-nakoming van de mededelingsplicht heeft voor het recht op uitkering. Daarom volsta ik hier met de algemene opmerking dat de stelplicht en de bewijslast terzake op de verzekeraar rusten en behandel ik beide gronden, ieder afzonderlijk, hierna in een ruimer kader.