RvdW 2025/686:Beklag, beslag ex art. 94 Sv op gouden armband onder klager t.z.v. verdenking van bedreiging, mishandeling, belediging en vernieling, waarna Rb het klaagschrift ongegrond verklaart omdat uit stukken niet blijkt dat onder klager daadwerkelijk gouden armband in beslag is genomen. Schriftelijke afdoening van klaagschrift zonder openbare behandeling gelet op ontbreken van noodzaak tot horen van partijen op zitting, art. 23 lid 2 Sv. Kon Rb een beschikking geven zonder klaagschrift in openbare raadkamer te behandelen? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Deze wijze van afdoening is in strijd met art. 23 lid 2, art. 25 lid 1 en art. 552a lid 7 Sv. Wet biedt geen mogelijkheid om klaagschrift schriftelijk af te doen zonder openbare behandeling in raadkamer. Ook niet als Rb zich o.g.v. schriftelijke stukken reeds voldoende voorgelicht acht. Kennelijk oordeel Rb klemt temeer omdat klager niet in gelegenheid is gesteld te reageren op schriftelijk standpunt OM en Rb in beschikking bovendien heeft overwogen dat klager ook ‘anderszins onvoldoende aannemelijk [heeft] gemaakt dat onder hem gouden armband in beslag is genomen.’ Op grond waarvan Rb tot deze vaststelling komt blijft in het ongewisse. Verzuim om klaagschrift op openbare raadkamerzitting te behandelen waar (onder meer) klager wordt gehoord, leidt tot nietigheid van beschikking. Volgt vernietiging en terugwijzing.