Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/665
Niet onbegrijpelijk oordeel dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde feit ‘een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving’ in de zin van art. 27 Richtlijn 2004/38/EG vormde.
HR 13-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:717
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 mei 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03572
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Vreemdelingenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:717, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:339, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
Het oordeel van het hof dat de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde feit — kort gezegd: het als ongewenst vreemdeling in Nederland verblijven — op grond van zijn persoonlijke gedragingen ‘een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving’ in de zin van art. 27 Richtlijn 2004/38/EG vormde, is niet onbegrijpelijk.
Samenvatting
De Hoge Raad oordeelt dat om redenen vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal het middel faalt. CAG: Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte vóór zijn ongewenstverklaring 13 winkeldiefstallen heeft gepleegd in een tijdsbestek van 7 jaar. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.