RvdW 2025/695:Culpoze brandstichting met gemeen gevaar voor goederen en woningen en levensgevaar voor personen door in woning open vuur in aanraking te brengen met bankstel en/of stoel (art. 158 lid 1 en art. 158 lid 2 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg van opzettelijke brandstichting. Bewijsklacht schuld. Zijn ’s hofs vaststellingen over oorzaak van brand toereikend om schuld van verdachte op te gronden? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 15 oktober 2024, NJ 2025/72, m.b.t. bewijs van schuld als delictsbestanddeel. ’s Hofs vaststellingen in zijn nadere bewijsoverwegingen houden niet in door welke gedraging van verdachte open vuur in aanraking is gekomen met bankstel en/of stoel. ’s Hofs oordeel dat brand (wegens verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid) aan schuld van verdachte te wijten is a.b.i. art. 158 Sr is, gelet op wat verdediging heeft aangevoerd, niet toereikend gemotiveerd. Daarbij heeft HR mede in aanmerking genomen dat hof onder meer (door verdediging blijkens p-v van tz. in hoger beroep naar voren gebrachte) mogelijkheid open heeft gelaten dat brand is ontstaan doordat verdachte met brandende sigaret in slaap is gevallen. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG (strekking): algehele vernietiging en terugwijzing.