RvdW 2025/692:Voorbereidingshandelingen m.b.t. vervaardigen van heroïne (art. 10a lid 2 Opiumwet) en valsheid in geschrift (art. 225 lid 1 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf 2 jaar en 9 maanden). Kon hof in strafverzwarende zin acht slaan op Uittreksel Justitiële Documentatie? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 26 oktober 2010, NJ 2010/576 en HR 19 september 2017, NJ 2017/400, m.nt. J.M. Reijntjes, m.b.t. voorwaarden waaronder bij strafoplegging rekening kan worden gehouden met niet tlgd. feit. Hof heeft strafoplegging mede gebaseerd op vaststelling dat ‘verdachte (...) eerder is veroordeeld voor strafbare feiten’. Uittreksel Justitiële Documentatie waarnaar hof in zijn strafmotivering verwijst, bevat weliswaar inderdaad 2 veroordelingen, maar die betreffen veroordeling van Rb in deze zaak en veroordeling van Rb in straf- en ontnemingszaak waartegen hoger beroep is ingesteld en die t.t.v. uitspraak hof dus nog niet onherroepelijk was. Verder maakt uittreksel melding van sepotbeslissing en 3 transacties, maar anders dan strafbeschikking kan, mede gelet op art. 78b Sr, transactie niet worden gelijkgesteld met veroordeling (vgl. HR 25 mei 2021, RvdW 2021/604). Strafoplegging is daarom in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld ontoereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing. CAG: terechte klacht maar geen cassatie bij gebrek aan belang. Samenhang met RvdW 2025/690 en RvdW 2025/691.