Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.8.8:7.5.8.8 Aanscherping van de Aandachtspunten
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.8.8
7.5.8.8 Aanscherping van de Aandachtspunten
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459081:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik ga hierbij uit van de huidige situatie dat een tussentijds verslag niet vertrouwelijk is. Zie § 7.5.9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gelet op het belang van een transparante communicatie acht ik het wenselijk dat in de Aandachtspunten aan de onderzoekers duidelijke instructies worden gegeven met wie zij over welk onderwerp moeten communiceren en aan wie zij afschrift van hun correspondentie moeten sturen. De regels die daarin zouden kunnen worden vastgelegd, zijn de volgende:
De secretarissen van de Ondernemingskamer zijn beschikbaar om vragen van de onderzoekers te beantwoorden. De communicatie tussen de onderzoekers en de secretarissen is vertrouwelijk. De secretarissen bespreken de inhoud van hun communicatie met de onderzoekers niet met de Ondernemingskamer of de raadsheer- commissaris.
De onderzoekers communiceren gedurende het onderzoek met de raadsheer-commissaris uitsluitend over het verzoek tot het geven van een aanwijzing als bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW en het geven van een bevel als bedoeld in artikel 2:352 BW. De raadsheer-commissaris bepaalt aan wie de onderzoekers een afschrift van hun correspondentie moeten sturen.
De correspondentie tussen de raadsheer-commissaris, de onderzoekers en partijen maakt geen deel uit van het procesdossier. De Ondernemingskamer neemt hiervan geen kennis, tenzij deze correspondentie voor alle partijen kenbaar is.
De onderzoekers sturen, tenzij de Ondernemingskamer anders bepaalt, een afschrift van alle correspondentie met de Ondernemingskamer aan degenen die zij als partij bij het onderzoek hebben aangemerkt, met uitzondering van het verslag, dat zij uitsluitend aan de Ondernemingskamer sturen.1
De onderzoekers communiceren met door de Ondernemingskamer benoemde functionarissen niet over de inhoud en voortgang van het onderzoek, behalve schriftelijk en met afschrift aan degenen die zij als partij bij het onderzoek hebben aangemerkt. Het bepaalde in de vorige zin is niet van toepassing op de communicatie tussen de onderzoekers en een door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder van de rechtspersoon. Daarvoor gelden dezelfde regels als voor de communicatie van de onderzoekers met de rechtspersoon.
Indien partijen bij het onderzoek worden bijgestaan door een advocaat, communiceren de onderzoekers met de advocaat van die partij, behoudens indien de onderzoekers met die partij een andere afspraak hebben gemaakt.
De inhoud van de communicatie tussen de onderzoekers en een partij is in beginsel vertrouwelijk, onverminderd de bevoegdheid van de onderzoekers deze informatie te vermelden in het onderzoeksverslag of een tussentijds verslag en toegezonden informatie als bijlage daarbij op te nemen. Uitzonderingen op deze regel zijn denkbaar.
De communicatie tussen de onderzoekers en derden is vertrouwelijk.
De onderzoekers leggen in het onderzoeksverslag op hoofdlijnen verantwoording af over de wijze waarop zij met partijen, de Ondernemingskamer en de raadsheer- commissaris hebben gecommuniceerd. Over communicatie met de secretarissen van de Ondernemingskamer zijn de onderzoekers geen verantwoording verschuldigd.