Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.1:7.5.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.1
7.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453035:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na in de vorige paragraaf beginselen van behoorlijk onderzoek te hebben geformuleerd, kom ik toe aan het bespreken van een aantal aspecten van de uitvoering van het onderzoek. Ik doe dat verdeeld over twee paragrafen. In § 7.5 bespreek ik de wijze waarop de onderzoekers het onderzoek kunnen organiseren. In de volgende paragraaf, § 7.6, sta ik stil bij de eigenlijke uitvoering van het onderzoek. Het onderscheid tussen organisatie en uitvoering van het onderzoek is niet altijd scherp te trekken en er is enige overlap. De keuzes die ik heb gemaakt zijn enigszins arbitrair. Deze en de volgende paragraaf moeten daarom in onderlinge samenhang worden gelezen.
De beschouwingen in deze en de volgende paragraaf zijn deels normatief, waarin ik voortbouw op de beginselen van behoorlijk onderzoek en de jurisprudentie van de Ondernemingskamer en de Hoge Raad, en deels meer praktisch van aard. De meer praktische passages zijn deels gebaseerd op de door Blanco Fernández, Holtzer en Van Solinge geformuleerde richtlijnen voor de onderzoeker in enquêteprocedures1 en de in § 7.2 besproken soft law, aangevuld met mijn praktijkervaring.
De in § 7.4.1 beschreven vrijheid die de onderzoekers hebben bij de uitvoering van het onderzoek heeft uiteraard ook betrekking op de wijze waarop zij het onderzoek kunnen organiseren. Dit heeft als nadeel dat de onderzoekers niet van elkaar kunnen leren en iedere nieuwe onderzoeker weer het wiel moet uitvinden. Een complicerende factor hierbij is dat de overgrote meerderheid van de onderzoeksverslagen alleen ter inzage ligt voor belanghebbenden, zodat andere onderzoekers hiervan geen kennis kunnen nemen. Om die reden zijn er tot op heden nauwelijks best practices ontstaan. Juist daarom is het belangrijk dat onderzoekers goed worden opgeleid, zodat zij kunnen leren van in het verleden opgedane ervaringen.2
Ook al verschillen onderzoeken sterk in type, omvang, onderzoeksvragen en onderzoeksbudget, ik meen dat het zinvol is te proberen een aantal best practices met betrekking tot het onderzoek in de Aandachtspunten vast te leggen. Waar er geen sprake is van normatieve voorschriften, brengt de vrijheid die de onderzoekers hebben mee dat zij hiervan desgewenst kunnen afwijken.3