Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.8.1:7.5.8.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.8.1
7.5.8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455443:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 19 januari 2015, ARO 2015/66 (Phoenicia Hotel (Holding)), r.o. 1.4-1.7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De onderzoekers kunnen tijdens het onderzoek overleg hebben met (i) de secretarissen van de Ondernemingskamer, (ii) de raadsheer-commissaris, (iii) de Ondernemingskamer zelf, (iv) eventuele door de Ondernemingskamer benoemde functionarissen van de rechtspersoon, (v) partijen bij het onderzoek en (vi) derden.
Wat betreft de communicatie met (leden van) de Ondernemingskamer is het voor onderzoekers vaak niet duidelijk met wie zij voor welke vraag moeten corresponderen. Zo correspondeerde de onderzoeker in de zaak-Phoenicia Hotel (Holding) over de zekerheidstelling voor het onderzoeksbudget met achtereenvolgens de Ondernemingskamer, de raadsheer-commissaris en de secretaris van de Ondernemingskamer.1 Daaruit blijkt dat het voor onderzoekers niet duidelijk is met welk onderdeel van de organisatie van de Ondernemingskamer zij waarover moeten communiceren.
Ik meen dat de Ondernemingskamer in de Aandachtspunten duidelijk moet maken met wie de onderzoekers over welk onderwerp kunnen communiceren, of deze communicatie mondeling of uitsluitend schriftelijk kan plaatsvinden, of, en zo ja aan wie, zij een afschrift van hun correspondentie moeten verstrekken en in hoeverre de correspondentie met de Ondernemingskamer, haar secretarissen en de raadsheer- commissaris deel uitmaakt van de stukken die kenbaar zijn voor de Ondernemingskamer of de raadsheer-commissaris indien zij beslissingen moeten nemen.
In veel enquêtes komt het voor dat de Ondernemingskamer bij wege van onmiddellijke voorziening een bestuurder, commissaris of beheerder van aandelen benoemt. Dan rijst de vraag of de onderzoekers met deze door de Ondernemingskamer benoemde functionarissen contact mag hebben en, zo ja, in hoeverre de communicatie tussen de onderzoekers en deze functionarissen voor partijen transparant moet zijn.
Daarnaast communiceren de onderzoekers uiteraard met partijen. Ook daarbij rijst de vraag in hoeverre de onderzoekers gehouden zijn om over deze communicatie transparant te zijn. Ten slotte zullen de onderzoekers ook af en toe met derden moeten communiceren.
In de volgende paragrafen bespreek ik met wie, waarover en op welke wijze de onderzoekers mogen communiceren. Daarbij geef ik ook aan of, en zo ja hoe, die communicatie transparant voor partijen moet zijn en hoe de Aandachtspunten op dit punt kunnen worden aangescherpt.