Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.8.2:7.5.8.2 Communicatie met de secretarissen van de ondernemingskamer
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.8.2
7.5.8.2 Communicatie met de secretarissen van de ondernemingskamer
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456649:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aandachtspunten, considerans sub H; Haantjes & Olden 2013, p. 42 (Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 37).
Met uitzondering van de beslissing wie als belanghebbende wordt aangemerkt als het verslag ter inzage is gelegd voor ‘belanghebbenden’. Zie hierover kritisch § 11.3.7. Deze beslissing vindt overigens eerst plaats nadat het onderzoek is afgerond.
Zo ook Den Boogert 2000, p. 199.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De secretarissen van de Ondernemingskamer zijn het eerste aanspreekpunt voor de onderzoekers. Zij zijn beschikbaar om vragen van de onderzoekers betreffende het onderzoek te beantwoorden.1 Daarbij gaat het niet alleen om inhoudelijke vragen, maar ook om procedurele vragen. De onderzoekers mogen mijns inziens dit contact met de secretarissen van de Ondernemingskamer hebben zonder dat zij daarover partijen behoeven te informeren. De secretarissen van de Ondernemingskamer nemen immers geen beslissingen.2 Evenmin behoeven de onderzoekers communicatie met de secretarissen in het onderzoeksverslag te verantwoorden. De onderzoekers kunnen zowel mondeling (telefonisch) als schriftelijk met de secretarissen communiceren.
Een aan deze regel verbonden eis is dat hetgeen de onderzoekers met de secretarissen van de Ondernemingskamer bespreken vertrouwelijk blijft. De secretarissen van de Ondernemingskamer mogen de inhoud van de gesprekken die zij met de onderzoekers voeren niet bespreken met de leden van de Ondernemingskamer.3 Anders wordt er op een voor partijen niet-transparante wijze informatie van de onderzoekers aan de Ondernemingskamer overgebracht. Dat verdraagt zich niet met het beginsel van hoor en wederhoor dat de Ondernemingskamer in acht moet nemen (artikel 19 Rv). Als de secretarissen menen dat de inhoud van een gesprek met de onderzoekers onder de aandacht van de Ondernemingskamer of de raadsheer-commissaris moet worden gebracht, moeten zij de onderzoekers vragen die informatie schriftelijk aan de Ondernemingskamer over te brengen, bijvoorbeeld in de vorm van een tussentijds verslag of een brief aan de Ondernemingskamer. Uiteraard moeten zij daarvan een afschrift aan partijen sturen.