Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/629
Economische zaak. Opzettelijk zonder vergunning bouwwerkzaamheden verrichten door het (laten) pleisteren van voorgevel van zijn in beschermd stadsgezicht liggende pand, art. 2 lid 1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1. Afwijzing van een bij appelschriftuur gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van 3 getuigen (i.h.k.v. beroep op niet-ontvankelijkheid OM), op de grond dat eventuele verklaringen van getuigen niet van belang zijn voor beantwoorden van vragen in art. 348 en 350 Sv. 2. Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet. Heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat er sprake was van vergunningsplicht maar desondanks zonder vergunning werkzaamheden laten uitvoeren? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 22-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:603
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/03396 E
- Conclusie
​A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Stedelijke vernieuwing
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:603, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:395, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑02‑2025
Essentie
Economische zaak. Opzettelijk zonder vergunning bouwwerkzaamheden verrichten door het (laten) pleisteren van voorgevel van zijn in beschermd stadsgezicht liggende pand, art. 2 lid 1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1. Afwijzing van een bij appelschriftuur gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van 3 getuigen (i.h.k.v. beroep op niet-ontvankelijkheid OM), op de grond dat eventuele verklaringen van getuigen niet van belang zijn voor beantwoorden van vragen in art. 348 en 350 Sv. 2. Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet. Heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat er sprake was van vergunningsplicht maar desondanks zonder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.