Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/2.1.3
2.1.3 De (waarschuwing voor mogelijke) tussentijdse opzegging
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS361921:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Clausing & Wansink 2007, nr. 210.
Asser/Clausing & Wansink 2007, nr. 210.
Vgl. Raad van Toezicht II-90/20.
Hiervoor onder 2.1.1 heb ik vastgesteld dat ingeval er door de verzekeraar gebruik gemaakt wordt van een geautomatiseerd systeem voor het verzenden van standaard herinneringsbrieven er binnen het verzekeringsrecht 'afwijkende' normen worden gesteld (in die zin dat genoegen wordt genomen met verzenden in plaats van bereiken). Die afwijking gold niet - zie eveneens onder 2.1.1 - bij individueel verzonden aanmaningen van enige strekking. Nu de (waarschuwing voor) opzegging of de aanzegging van de 'minder ingrijpende maatregel' als hiervoor bedoeld steeds onder de laatste categorie valt, geldt dat deze de gewone regels volgt.
Op grond van het bepaalde in art. 7:940 lid 3 BW kan een verzekeraar de verzekeringsovereenkomst - de persoonsverzekering op de grond van een verzwaring van het gezondheidsrisico ex lid 5 uitgezonderd - tussentijds opzeggen op in de overeenkomst vermelde gronden welke van dien aard zijn dat de gebondenheid aan de overeenkomst niet meer van de verzekeraar kan worden gevergd. Daarin ligt besloten dat deze bevoegdheid terughoudend moet worden uitgeoefend. Een terughoudendheid die al lang doorklonk in de vaste rechtspraak van de Raad van Toezicht. Terughoudendheid enerzijds vanwege het belang van verzekerde bij behoud van de dekking en anderzijds omdat het voor de 'opgezegde' verzekeringnemer lastig zal zijn om vervangende dekking te verkrijgen, gelet op het feit dat de vorige verzekering door opzegging is beëindigd.1 Asser/Clausing & Wansink wijst er daarom op dat de verzekeraar steeds zorgvuldig zal moeten overwegen of de omstandigheden voldoende ernstig zijn om opzegging te rechtvaardigen en zal moeten nagaan of in redelijkheid geen minder ingrijpende maatregel kan worden gevonden die evenzeer recht doet aan de belangen van beide partijen.2 Bijvoorbeeld door de oplegging van een hoger eigen risico.3
Het doen uitgaan van een waarschuwing van een verzekeraar als hiervoor bedoeld, een eventuele waarschuwing voor opzegging door de verzekeraar en - in sterker mate nog - de opzegging van de verzekering door de verzekeraar zijn ieder mededelingen in de zin van art. 7:933 lid 1 BW. Het daarin aan de verzekeraar gestelde vereiste om de mededeling schriftelijk te doen aan de laatste hem bekende woonplaats van de geadresseerde strekt de geadresseerde tot bescherming (zie ook hiervoor onder de inleiding van dit hoofdstuk). Bewijsrechtelijk volgt dit doen van mededelingen, die steeds in een individueel geval4 worden gedaan, de hoofdregel ex 3:37 BW dat een mededeling de verzekeringnemer ook dient te hebben bereikt. Zie voor een bespreking in breder verband hiervoor onder 2.1.