Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/6.3.4
6.3.4 Dividend
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS492676:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bedacht dient te worden dat besluiten over het dividend of een andersoortige uitkering aan aandeelhouders door de algemene vergadering van aandeelhouders dienen te worden genomen (art. 2:105 lid 3 BW). Gewoonlijk wordt in de statuten aan het bestuur een reserveringsbevoegdheid toegekend (art. 2:105 lid 9 BW).
Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan uitkeringen — al dan niet in de vorm van aandelen of andere financiële instrumenten — ten laste van de reserves.
De AFM-brochure Koersgevoelige informatie vermeldt op p. 9 als voorbeelden: 'dividendaankondigingen, inclusief de (wijziging van de) ex-dividend datum en wijzigingen in dividendbeleid'. Zie tevens CESR, Market Abuse Directive, Level 3 — second set of CESR guidance and information on the common operation of the Directive to the market, juli 2007, CESR/06-562b, onder 1.15: 'Ex-dividend date, changes in dividend payment date and amount of the dividend; changes in dividend policy'.
Zie Het Financieele Dagblad van 23 januari 2006 (Notering houden door te praten). Over het dividendbeleid van uitgevende instellingen meldt een vertegenwoordiger van het Governance Platform: 'Bedrijven zijn daarover zeer beknopt. Of er nou cash wordt uitgekeerd of dat er aandelen worden ingekocht, het beleid daarover moet uitlegbaar zijn. Er is bijna geen onderneming in Nederland die dat goed doet. Voor ons wordt dividendbeleid het thema van 2006.'
Een door de uitgevende instelling gedaan dividendvoorstel,1 daaronder begrepen een voorstel voor een andersoortige uitkering aan aandeelhouders,2 zal in de regel koersgevoelig van aard zijn.3 Te denken valt hierbij in het bijzonder aan de voorgestelde hoogte van het dividend (en dan vooral wanneer afgeweken wordt van een eerder openbaar gemaakt dividend- of reserveringsbeleid), het voorstel om interim-dividend uit te keren, het bepalen van de ex-dividenddatum of een wijziging van het dividend- of reserveringsbeleid. Hetzelfde zal gelden voor andersoortige uitkeringen met betrekking tot door de uitgevende instelling uitgegeven financiële instrumenten (anders dan (certificaten van) aandelen).
Het gaat er in dit geval om dat de uitgevende instelling — zoals art. 2:103 lid 2 (oud) BW het voorheen uitdrukte4 — "het voorstel tot een uitkering op aandelen of op andere effecten en besluiten tot tussentijdse uitkering onverwijld openbaar" maakt. Vanuit dit perspectief bezien, is de vrijmoedigheid waarmee sommige (vertegenwoordigers van) institutionele beleggers menen te mogen discussiëren met de uitgevende instelling over het dividendbeleid opmerkelijk te noemen.5