Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.1.2.4
9.1.2.4 De bij het vragen om een aanwijzing te hanteren procedure
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS450671:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Nota naar aanleiding van het verslag, Haantjes & Olden 2013, p. 166 (Kamerstukken II 2011/12, 32887, 5, p. 13) en p. 168 (Kamerstukken II 2011/12, 32887, 6, p. 28).
Amendement Van der Steur en Van Toorenburg, Haantjes & Olden 2013, p. 169 (Kamerstukken II 2011/12, 32887, 13).
Het is gebruikelijk om een ‘verzoek’ waarop de regels van de verzoekprocedure niet van toepassing zijn gewoon ‘verzoek’ te noemen, en niet ‘verlangen’, omdat dit beter aansluit bij het taalgebruik. Ik sluit mij bij deze praktijk aan.
Het op de onderzoekers rustende geheimhoudingsgebod.
Memorie van toelichting, Haantjes & Olden 2013, p. 152-153 (Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 34-38).
Merkwaardig is dat op dat moment in het wetsvoorstel nog niet was opgenomen dat ook de onderzoekers de raadsheer-commissaris om een aanwijzing konden vragen. De minister heeft daar geen woord aan gewijd.
Haantjes & Olden 2013, p. 167 (Kamerstukken II, 2011/12, 32887, 6, p. 28).
Memorie van toelichting, Haantjes & Olden 2013, p. 152-153 (Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 34-38).
Amendement Van der Steur, Haantjes & Olden 2013, p. 175 (Kamerstukken II 2011/12, 32887, 20,p. 1-2).
Over de procedure voor het vragen om een aanwijzing blijkt uit de wetsgeschiedenis het volgende. Het verzoek om een aanwijzing kan informeel worden gedaan. Er is geen sprake van een formele procedure en evenmin van een verplichte procesvertegenwoordiging.1 Om zeker te stellen dat de regels van de verzoekprocedure niet van toepassing zijn, zijn bij amendement de aanvankelijk in het wetsvoorstel gebruikte woorden ‘op verzoek’ vervangen door de woorden ‘op verlangen’.2 Dat is de gebruikelijke wettelijke term om duidelijk te maken dat op een ‘verzoek’ van een partij de regels van de verzoekprocedure niet van toepassing zijn.3
Wordt de raadsheer-commissaris een beslissing gevraagd, dan dienen de onderzoekers hem van de nodige informatie te voorzien. De raadsheer-commissaris bepaalt steeds of, en zo ja aan wie, een afschrift van het verzoek wordt verstrekt en beslist over de verdere procedure die leidt tot de beslissing op het verzoek. Hij stelt de onderzoekers in de gelegenheid om hun zienswijze te geven. Voorts dient de raadsheer- commissaris rekening te houden met het bepaalde in het derde lid van artikel 2:351 BW4 en af te wegen of, en zo ja in hoeverre, de betrokkenen in het kader van een behoorlijke procesgang voldoende belang hebben bij het ontvangen van informatie over het verzoek.5
In de nota naar aanleiding van het verslag is de minister ingegaan op de vraag of de omstandigheid dat de raadsheer-commissaris beslist aan wie een afschrift van het verzoek wordt verstrekt, tot gevolg heeft dat de onderzoekers vanwege hun geheimhoudingsgebod niet bevoegd zijn een verzoek om aanwijzingen in te dienen. De minister antwoordde dat hij niet inzag waarom de verplichting van de onderzoekers om hetgeen zij bij hun onderzoek ontdekken niet verder bekend te maken dan hun opdracht vereist (artikel 2:351 lid 1 BW), in de weg staat aan een verzoek van de onderzoekers op grond van artikel 2:350 lid 4 BW.6 De aanwijzingen van de raadsheer-commissaris hebben immers alleen betrekking op de procesmatige kant van het onderzoek, bijvoorbeeld naar aanleiding van de vraag of iemand zich tijdens zijn verhoor mag laten vergezellen van een advocaat. Daarvoor behoeft geen inhoudelijke of vertrouwelijke onderzoeksinformatie te worden verstrekt in het verzoek. Het verzoek als zodanig is niet vertrouwelijk. De omstandigheid dat de raadsheer- commissaris kan beslissen aan wie een afschrift van het verzoek wordt verstrekt, is ingegeven door de wens om geen onnodig ingewikkelde papierstroom op gang te brengen. De raadsheer-commissaris beoordeelt wiens standpunt hij nodig heeft, voordat hij tot een beslissing komt. Hij hoeft niet elke belanghebbende bij de enquête te benaderen als dat voor de gevraagde aanwijzing niet zinvol is.7
Tegen de beslissing van de raadsheer-commissaris op een verzoek om een aanwijzing staat geen beroep in cassatie open.8 In een amendement is verduidelijkt dat van beschikkingen van de raadsheer-commissaris waarbij hij een bevel tot medewerking geeft, wel beroep in cassatie openstaat.9