Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/3.3.5
3.3.5 Resultaten van de Lamfálussy-procedure in het kader van de Richtlijn marktmisbruik
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS493903:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Voetnoten
Voetnoten
Zie COM (2001) 281 final. Zie voor een bespreking van dit voorstel: Crum/Kristen, Ondernemingsrecht 2002, p. 9-14.
Zie Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) (Pb EU 2003, L 96).
Zie CESR, Market Abuse Directive. Level 3 — second set of CESR guidance and information on the common operation of the Directive to the market, juli 2007, CESR/06-562b. De first set of CESR guidance and information on the common operation of the Directive, CESR/04-505b, is niet relevant voor de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen.
Zie CESR, Market Abuse Directive. Level 3 — third set of CESR guidance and information on the common operation of the Directive to the market, mei 2009, CESR/09-219.
In zekere zin mag de Richtlijn marktmisbruik de eerste richtlijn worden genoemd die volgens de Lamfalussy-procedure tot stand is gekomen. Enige terughoudendheid is in deze gepast, omdat het richtlijnvoorstel van de Europese Commissie op 30 mei 2001 werd gepubliceerd.1 Bij de voorbereiding van het richtlijnvoorstel door de Europese Commissie was het derhalve nog niet mogelijk om de voorschriften van de Lamfalussy-procedure te volgen, zoals bijvoorbeeld een uitgebreide consultatie van marktpartijen en andere belanghebbenden.
Wat zijn de resultaten van de Lamfalussy-procedure geweest voor wat betreft de Richtlijn marktmisbruik? Op het eerste niveau van de Lamfalussy-procedure is de Richtlijn marktmisbruik op 28 januari 2003 vastgesteld door de Europese Raad en het Europees Parlement.2 In de Richtlijn marktmisbruik is op diverse plaatsen voorzien in een delegatiegrondslag om een aantal onderwerpen op het tweede niveau van de Lamfalussy-procedure langs de weg van technische uitvoeringsmaatregelen verder uit te werken. Voor zover relevant voor de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen gaat het daarbij om de volgende onderwerpen:
de definitie van voorwetenschap (art. 1 in fine);
de technische modaliteiten (a) voor een passende openbaarmaking van voorwetenschap, (b) voor het uitstellen van de openbaarmaking van voorwetenschap, (c) ten behoeve van een gemeenschappelijke aanpak bij de aan de lidstaten geboden mogelijkheid te verlangen dat de bevoegde autoriteit onverwijld wordt geïnformeerd omtrent het uitstel van de openbaarmaking van voorwetenschap (art. 6 lid 10);
de voorwaarden voor het opstellen en het bijhouden van een lijst van mogelijke ingewijden door emittenten en personen die namens hen optreden (art. 6 lid 10);
het opstellen van een informatieve lijst van de passende administratieve maatregelen en sancties gesteld op overtreding van de omzettingsvoorschriften (art. 14 lid 2); en
het vaststellen van procedures inzake de uitwisseling van informatie en grensoverschrijdend onderzoek tussen respectievelijk door de bevoegde autoriteiten (art. 16 lid 5).
Tot op heden zijn met betrekking tot een aantal van voormelde onderwerpen de volgende technische uitvoeringsmaatregelen door de Europese Commissie vastgesteld:
Richtlijn 2003/124/EG van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de defmitie en openbaarmaking van voorwetenschap en de definitie van marktmanipulatie betreft, Pb EU 2003, L 339/70 (Uitvoeringsrichtlijn definities en openbaarmaking); en
Richtlijn 2004/72/EG van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat gebruikelijke marktpraktijken, de definitie van voorwetenschap met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten, het opstellen van lijsten van personen met voorwetenschap, de melding van transacties van leidinggevende personen en de melding van verdachte transacties betreft, Pb EU 2004, L 162/70 (Uitvoeringsrichtlijn gebruikelijke marktpraktijken, voorwetenschap en meldingsregeling).
Op het derde niveau van de Lamfalussy-procedure heeft CESR in juli 2007 enkele gemeenschappelijke richtsnoeren en aanbevelingen gepubliceerd.3 Deze richtsnoeren en aanbevelingen betreffen, kort gezegd, onder meer: (i) een nadere omlijning van de vereisten van de definitie van voorwetenschap, met een indicatieve, niet uitputtende lijst van — zeer algemene — voorbeelden van voorwetenschap, (ii) enkele (ruwe) voorbeelden van omstandigheden genoemd in art. 3 Uitvoeringsrichtlijn definities en openbaarmaking die kunnen wijzen op de aanwezigheid van rechtmatige belangen op grond waarvan openbaarmaking van voorwetenschap door een uitgevende instelling kan worden uitgesteld en (iii) de aanbeveling van de toepassing van het beginsel van home country control bij het toezicht op de naleving van de plicht door uitgevende instellingen om lijsten van ingewijden op te stellen ingeval financiële instrumenten van een uitgevende instelling op meer Europese gereglementeerde markten worden verhandeld. Nadien zijn in mei 2009 — voor zover hier relevant — nog enkele aanvullende richtsnoeren en aanbevelingen door CESR gepubliceerd met betrekking tot: (i) de lijsten van ingewijden en (ii) de verplichting van uitgevende instellingen om in bepaalde gevallen marktgeruchten over de uitgevende instelling te corrigeren.4