Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/3.6
3.6 Samenhang met de Transparantierichtlijn
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS498771:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Voetnoten
Voetnoten
De Transparantierichtlijn bevat bovendien voor aandeelhouders van uitgevende instellingen geldende informatieverplichtingen met betrekking tot de verwerving of overdracht van belangrijke deelnemingen (art. 9 e.v. van de Transparantierichtlijn).
Daarnaast onderscheiden we nog initiële informatieverplichtingen en exit-informatieverplichtingen. De initiële informatieverplichtingen gelden ten tijde van de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt. De exit-informatieverplichtingen gelden bij een openbaar bod op effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt. Deze informatieverplichtingen zijn het onderweg) van de vernieuwde Pmspectusrichtlijn (Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van richtlijn 2001/34/EG (Pb EU 2003, L 345)) onderscheidenlijk de Ovemamerichtlijn (Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar ovemamebod (Pb EU 2004, L 142)).
Zie art. 2 lid 1 onderdeel k) van de Transparantierichtlijn.
Met de nationale wet- en regelgeving wordt gedoeld op strengere nationale verplichtingen dan die gelden ingevolge de Transparantierichtlijn, welke verplichtingen uitsluitend door de lidstaat van herkomst aan een uitgevende instelling mogen worden opgelegd (art. 3 lid 1 van de Transparantierichtlijn).
Daarbij vermeld ik nog dat de lidstaat van herkomst uitgevende instellingen aan strengere verplichtingen dan die uit hoofde van de Transparantierichtlijn mag onderwerpen, maar dat dit niet is toegestaan voor de lidstaat van ontvangst (art. 3 lid 2 van de Transparantierichtlijn). Een lidstaat van ontvangst is een lidstaat waar de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten wanneer dit een andere lidstaat is dan de lidstaat van herkomst (art. 2 lid 1 onderdeel j) van de Transparantierichtlijn).
Gedoeld wordt hierbij op het (buitenlands equivalent van het) 'jaarlijks informatiedocument', zoals ten onzent geregeld in art. 5:25f Wft. Volgens art. 10 lid 1 van de Prospectusrichtlijn dient dit informatiedocument alle gegevens te bevatten of daarnaar te verwijzen die de uitgevende instelling in de laatste twaalf maanden heeft gepubliceerd of voor het publiek beschikbaar heeft gesteld in één of meer lidstaten en in derde landen conform haar verplichting uit hoofde van communautaire en nationale wetgeving in verband met de reglementering van effecten, uitgevende instellingen en effectenmarkten.
Zie art. 2 lid 1 onderdeel i) sub i) van de Transparantierichtlijn.
Zie art. 2 lid 1 onderdeel i) sub ii) van de Transparantierichtlijn.
Art. 21 lid 1 van de Transparantierichtlijn.
Deze verplichting wordt gecompleteerd met een verbod van protectionisme; de lidstaat van herkomst mag de uitgevende instelling er niet toe vetplichten alleen gebruik te maken van media waarvan de exploitanten op zijn grondgebied zijn gevestigd.
Art. 21 lid 1 van de Transparantierichtlijn.
Art. 21 lid 2 van de Transparantierichtlijn.
Art. 21 lid 4 van de Transparantierichtlijn.
Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie van 8 maart 2007 tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG betreffende de transparantie-vereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (Pb EU 2007, L 69/27).
In art. 22 lid 1 onderdeel a) van de Transparantierichtlijn wordt hier verwezen naar nationale vennootschapsregisters die vallen onder de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coordineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (Pb EG 1968, L 65).
Art. 22 van de Transparantierichtlijn.
Zie Kamerstukken II, 2004-2005, 29 827, nr. 3, p. 14-15.
Zie hiervoor tevens Winter, preadvies (2001), p. 78-82.
Zie de Aanbeveling van de Commissie van 11 oktober 2007 over het elektronisch netwerk van officieel aangewezen mechanismen voor de centrale opslag van gereglementeerde informatie als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (Pb EU 2007, L 267). Hieraan is het nodige werk van CESR vooraf gegaan. Zie achtereenvolgens: CESR's Progress Report regarding Possible Implementing Measures of the Transparency Directive on the Role of Officially Appointed Mechanism (Article 21 2) and the Setting up of a European Electronic Network of Information about Issuers (Article 22) and Electronic Filing (Article 19 4a), maart 2005, CESR/ 05-150b; CESR:s Final Technical Advice on Possible Implementing Measures of the Transparency Directive, juni 2005, CESR/05-407; CESR's Final Technical Advice on Possible Implementing Measures conceming the Transparency Directive. Storage of Regulated Information and Filing of Regulated Information, juni 2006, CESR/06-292.
Art. 20 van de Transparantierichtlijn. De taalregeling voor gereglementeerde informatie in de Transparantierichtlijn komt grotendeels overeen met de taalregeling van art. 19 van de Prospectus-richtlijn.
Art. 19 lid 1 van de Transparantierichtlijn.
Art. 19 lid 4 van de Transparantierichtlijn.
De openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen is geregeld als onderdeel van de Richtlijn marktmisbruik. De achterliggende gedachte hierbij is geweest dat de met de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie nagestreefde transparantie de marktintegriteit zal vergroten, zodat marktmisbruik minder snel een kans zal krijgen (zie § 3.4.6). Bedacht moet echter worden dat de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen ook een nauwe verwantschap heeft met onderwerpen die in de Transparantierichtlijn zijn geregeld.
Zo bevat de Transparantierichtlijn onder meer1 een regeling van de doorlopende informatieverplichtingen van uitgevende instellingen. Deze informatieverplichtingen gelden voor de periode dat de door de uitgevende instelling uitgegeven financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt.2 Deze doorlopende informatieverplichtingen kunnen worden onderscheiden in: (i) periodieke informatieverplichtingen en (ii) incidentele informatieverplichtingen. Periodieke informatieverplichtingen verplichten uitgevende instellingen om jaarlijks op gezette tijden en in een voorgeschreven format bepaalde financiële bedrijfsinformatie openbaar te maken. Het gaat daarbij krachtens de Transparantierichtlijn om de jaarlijkse financiële verslaggeving (art. 4), de halfjaarlijkse financiële verslaggeving (art. 5) en de 'tussentijdse bestuursverklaringen' (art. 6). Incidentele informatieverplichtingen verplichten uitgevende instellingen daarentegen om bepaalde informatie openbaar te maken indien en zodra bepaalde feiten en/of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Daartoe behoort bijvoorbeeld de verplichting om een wijziging in de rechten die aan door de uitgevende instelling uitgegeven effecten zijn verbonden, openbaar te maken (art. 16). Een ander voorbeeld van een incidentele informatieverplichting is de in art. 6 lid 1 van de Richtlijn marktmisbruik geregelde verplichting van emittenten van financiële instrumenten tot het zo spoedig mogelijk openbaar maken van voorwetenschap die rechtstreeks op de betrokken emittent betrekking heeft (beter gezegd: koersgevoelige informatie).
De samenhang van de openbaarmaking splicht van koersgevoelige informatie met de in de Transparantierichtlijn geregelde onderwerpen is niet beperkt tot een inhoudelijke samenhang. De Transparantierichtlijn bevat namelijk ook enkele algemene voorschriften die eveneens van belang zijn voor de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen. In de Transparantierichtlijn worden daartoe verschillende voorschriften geformuleerd die alle gelden voor het verzamelbegrip `gereglementeerde informatie'.3 Onder 'gereglementeerde informatie' wordt verstaan: alle informatie die de uitgevende instelling of degene die zonder toestemming van de uitgevende instelling de toelating van haar effecten tot de handel op een gereglementeerde markt heeft aangevraagd, moet verstrekken op grond van: (a) de Transparantierichtlijn, (b) art. 6 van de Richtlijn marktmisbruik en (c) de nationale wet- en regelgeving.4 Aldus is in de Transparantierichtlijn één gemeenschappelijk regime gecreëerd voor onderwerpen zoals: (i) de toegang tot gereglementeerde informatie, (ii) de taalregeling voor gereglementeerde informatie en (iii) het door de lidstaat van herkomst uit te oefenen toezicht op de naleving van de in de Transparantierichtlijn omschreven informatieverplichtingen van uitgevende instellingen.
Wat houdt dit gemeenschappelijk regime van de Transparantierichtlijn met betrekking tot gereglementeerde informatie concreet in? Alvorens op deze vraag in te gaan, is het van belang enige aandacht te besteden aan het in de Transparantierichtlijn voorkomende begrip 'lidstaat van herkomst'. Dit begrip is namelijk de aanknopingsfactor met behulp waarvan de werkingssfeer van bedoeld gemeenschappelijk regime wordt afgebakend. Zo zullen de Nederlandse omzettingsvoorschriften van de Transparantierichtlijn met betrekking tot het gemeenschappelijk regime voor gereglementeerde informatie uitsluitend gelden voor uitgevende instellingen die Nederland als lidstaat van herkomst hebben.5
Lidstaat van herkomst
Volgens de Transparantierichtlijn is de lidstaat van herkomst voor een uitgevende instelling die aandelen of obligaties met een kleinere nominale waarde dan E 1.000 uitgeeft: de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft of, indien de uitgevende instelling gevestigd is in een staat die geen lidstaat is, de lidstaat van de bevoegde autoriteit waar zij overeenkomstig art. 10 van de Prospectusrichtlijn de jaarlijks te verstrekken informatie6 moet indienen.7 Voor de overige uitgevende instellingen is de lidstaat van herkomst, naar keuze van de uitgevende instelling, ofwel de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft, ofwel de lidstaat waar haar effecten zijn toegelaten tot de handel op een in die lidstaat gelegen of werkzame gereglementeerde markt 8 Een eenmaal gemaakte keuze voor de lidstaat van herkomst blijft nadien in beginsel ten minste drie jaar geldig.
Ik behandel thans de drie onderwerpen van het ingevolge de Transparantierichtlijn geldende gemeenschappelijke regime voor gereglementeerde informatie.
(i) Toegang tot gereglementeerde informatie
De Transparantierichtlijn voorziet er allereerst in dat de uitgevende instelling gereglementeerde informatie op zodanige wijze openbaar maakt dat deze snel en op niet-discriminatoire basis toegankelijk is.9 Eenzelfde verplichting rust op de persoon die, zonder toestemming van de uitgevende instelling, heeft verzocht om toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt. Bij de naleving van deze openbaarmakingsverplichting zal met name gebruik gemaakt moeten worden van media waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij voor een doeltreffende verspreiding van de informatie in de gehele Europese Unie kunnen zorg dragen.10
Daarnaast bevat de Transparantierichtlijn de verplichting voor de uitgevende instelling (alsook voor de persoon die, zonder toestemming van de uitgevende instelling, heeft verzocht om toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt) om tegelijkertijd met de openbaarmaking van gereglementeerde informatie deze informatie ook te deponeren bij een officieel aangewezen mechanisme dat door de lidstaat van herkomst is aangewezen.11 Daartoe dient de lidstaat van herkomst één officieel aangewezen mechanisme (ook wel aangeduid als OAM (Officially Appointed Mechanism)) aan te wijzen dat is belast met de centrale opslag van informatie.12 Het opslagmechanisme dient te voldoen aan minimumnormen op het gebied van beveiliging, zekerheid met betrekking tot de informatiebron, tijdregistratie en gemakkelijke toegankelijkheid voor eindgebruikers. Verder moet afstemming plaatsvinden met de procedure die geldt voor de deponering van gereglementeerde informatie, gelijktijdig met de openbaarmaking van deze informatie, overeenkomstig art. 19 lid 1 van de Transparantierichtlijn bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst (zie hierna sub (iii)).
Aan de Europese Commissie is in de Transparantierichtlijn de bevoegdheid gedelegeerd om technische uitvoeringsmaatregelen vast te stellen, opdat de bepalingen met betrekking tot de toegang tot gereglementeerde informatie eenvormig in de lidstaten worden toegepast.13 Aldus zal rekening kunnen worden gehouden met zowel de technologische ontwikkelingen op de financiële markten als met de ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie. Bij het vaststellen van deze uitvoeringsmaatregelen dient de Europese Commissie met name te specificeren: (i) de minimumnormen voor de verspreiding van gereglementeerde informatie door uitgevende instellingen en (ii) de minimumnormen voor de opslagmechanismen. De Europese Commissie kan ook een lijst van media voor de verspreiding van informatie onder het publiek opstellen en bijhouden.
De Europese Commissie heeft inmiddels op het tweede niveau van de Lamfalussyprocedure vorenbedoelde uitvoeringsmaatregelen vastgesteld.14 Deze voorschriften komen neer op het waarborgen van een volledige, juiste en ongemankeerde doorgifte van gereglementeerde informatie aan de media met enige garanties ten aanzien van de aard, de herkomst en de inhoud van de informatie. Een lijst van media voor de verspreiding van informatie onder het publiek is nog niet door de Europese Commissie opgesteld.
Ten slotte is in de Transparantierichtlijn met het oog op een verbetering van de toegankelijkheid voor het beleggend publiek van de informatie die moet worden openbaar gemaakt uit hoofde van de Richtlijn marktmisbruik, de Pro spectusrichtlijn en de Transparantierichtlijn aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten opgedragen passende richtsnoeren te formuleren voor het opzetten van: (a) een nationaal elektronisch netwerk tussen de effectentoezichthouders, de houders van gereglementeerde markten en de nationale vennootschapsregisters15 en (b) één enkel elektronisch netwerk of een platform van elektronische netwerken dat alle lidstaten bestrijkt.16
Met de opname van de door uitgevende instellingen openbaar gemaakte informatie in een openbaar register wordt een eerste stap gezet op weg naar een Europees EDGAR (Electronic Data Gathering, Analysis and Retrieval System) (zie § 2.4). Als gezegd, is op communautair niveau het einddoel de totstandkoming van een elektronisch netwerk dat de nationale opslagmechanismen met elkaar verbindt of een platform van elektronische netwerken dat alle lidstaten bestrijkt. Op deze wijze zullen beleggers op één centrale plaats eenvoudig toegang kunnen verkrijgen tot informatie over alle uitgevende instellingen uit de gehele Europese Unie.17 Het elektronisch netwerk zou alsdan toegang kunnen geven tot een lijst van alle beursgenoteerde ondernemingen met behulp waarvan de gebruiker wordt doorverbonden met de website van het relevante nationale opslagmechanisme. De informatie over alle uitgevende instellingen blijft aldus op nationaal niveau opgeslagen. Op deze manier is de door alle uitgevende instellingen aan de markt verstrekte informatie op eenvoudige wijze toegankelijk.18
Teneinde de effectieve onderlinge aansluiting van de nationale opslagmechanismen te bevorderen, heeft de Europese Commissie een aanbeveling opgesteld.19 Aan de hand van de in deze aanbeveling opgenomen richtsnoeren voor de totstandkoming van één elektronisch netwerk van nationale opslagmechanismen zouden door de lidstaten en/of de bevoegde autoriteiten nadere regels kunnen worden opgesteld voor de opslag van gereglementeerde informatie. Deze nadere regels zullen blijkens de aanbeveling onder meer betrekking dienen te hebben op samenwerking met instanties uit andere lidstaten die eveneens belast zijn met de centrale opslag van gereglementeerde informatie, minimumkwaliteitsnormen, beveiliging, opslag van gereglementeerde informatie, toegang tot de gereglementeerde informatie en tijdregistratie.
(ii) Taalregeling van gereglementeerde informatie
In de Transparantierichtlijn wordt aangegeven in welke taal gereglementeerde informatie bekend gemaakt moet worden.20 De taalregeling knoopt aan bij de lidstaat of de lidstaten waar de effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de situatie dat de effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt en wel (i) uitsluitend in de lidstaat van herkomst, (ii) uitsluitend in één of meer andere lidstaten dan de lidstaat van herkomst of (iii) zowel in de lidstaat van herkomst als in één of meer andere lidstaten.
(iii) Toezicht door de lidstaat van herkomst
Met het oog op het toezicht dat door de lidstaat van herkomst op de naleving van de op grond van de Transparantierichtlijn geldende informatieverplichtingen door uitgevende instellingen uitgeoefend dient te worden, dient de uitgevende instelling (alsook de persoon die, zonder toestemming van de uitgevende instelling, heeft verzocht om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt) gereglementeerde informatie gelijktijdig met de openbaarmaking te deponeren bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst. Deze bevoegde autoriteit kan besluiten de ingediende informatie op haar internetsite bekend te maken.21
Aan de Europese Commissie is in de Transparantierichtlijn ten slotte de bevoegdheid gedelegeerd om technische uitvoeringsmaatregelen vast te stellen om een eenvormige toepassing van deze deponeringsverplichting in de lidstaten te garanderen.22 Daarbij dient de Europese Commissie met name de procedure te specificeren volgens welke gereglementeerde informatie bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst langs elektronische weg kan worden ingediend. De Europese Commissie heeft van deze delegatiebevoegdheid nog geen gebruik gemaakt.