Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/3.5
3.5 Samenhang met de Richtlijn markten voor financiële instrumenten
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS492675:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (Pb EU 2004, L 145). Zie eveneens Richtlijn 2006/ 31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 tot wijziging van Richtlijn 2004/39/ EG betreffende markten voor financiële instrumenten, met betrekking tot bepaalde termijnen (Pb EU 2004, L 114).
In art. 1 onder 4 van de Richtlijn beleggingsdiensten werd onder het begrip 'effecten' verstaan: (i) aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren, (ii) obligaties en andere schuldinstrumenten die op de kapitaalmarkt verhandelbaar zijn en (iii) alle andere gewoonlijk verhandelde waardepapieren waarmee die effecten via inschrijving of omruiling kunnen worden verworven of die in contanten worden afgewikkeld (met uitsluiting van betaalmiddelen).
De Nederlandse implementatiewetgeving van de Richtlijn marktmisbruik gaat daarmee verder dan door art. 9 en 10 van de Richtlijn marktmisbruik wordt voorgeschreven.
Zie CESR/08-363.
In de Richtlijn marktmisbruik wordt voor de betekenis van een tweetal kernbegrippen verwezen naar een andere richtlijn. Volgens art. 1 onder 3 en 4 van de Richtlijn marktmisbruik komt aan de begrippen 'effecten' en 'gereglementeerde markt' de betekenis toe zoals omschreven in de Richtlijn beleggingsdiensten. Voor de betekenis van deze in de Richtlijn marktmisbruik voorkomende begrippen zou dan ook bij de Richtlijn beleggingsdiensten te rade moeten worden gegaan. De Richtlijn beleggingsdiensten is echter op 1 november 2007 ingetrokken en vervangen door de Richtlijn markten voor financiële instrumenten.1 Ingevolge art. 69 van de Richtlijn markten voor fmanciële instrumenten dienen verwijzingen naar begrippen die zijn omschreven in de Richtlijn belegging sdiensten gelezen te worden als verwijzingen naar het overeenkomstige begrip in de Richtlijn markten voor financiële instrumenten. De kernbegrippen 'effecten' en 'gereglementeerde markt' worden omschreven in art. 4 lid 1 onder 18 onderscheidenlijk onder 14 van de Richtlijn markten voor financiële instrumenten.
Effecten
Volgens art. 4 lid 1 onder 18 van de Richtlijn markten voor fmanciële instrumenten zijn effecten:
"alle categorieën op de kapitaalmarkt verhandelbare waardepapieren, betaalinstrumenten uitgezonderd, zoals:
a. aandelen in vennootschappen en andere met aandelen in vennootschappen, partnerships of andere entiteiten gelijk te stellen waardepapieren, alsmede aandelencertificaten;
b. obligaties en andere schuldinstrumenten, alsmede certificaten betreffende dergelijke effecten;
c. alle andere waardepapieren die het recht verlenen die effecten te verwerven of te verkopen of die aanleiding geven tot een afwikkeling in contanten waarvan het bedrag wordt bepaald op grond van effecten, valuta's, rentevoeten of rendementen, grondstoffenprijzen of andere indexen of maatstaven".
De invloed die de Richtlijn markten voor fmanciële instrumenten op de werkingssfeer van de Richtlijn marktmisbruik heeft, reikt evenwel verder dan deze gemoderniseerde en uitgebreide(re) omschrijving van effecten.2 In de Richtlijn marktmisbruik wordt namelijk in art. 1 onder 3 een open einde omschrijving gegeven van het begrip Tmancieel instrument'. Tot het begrip 'financieel instrument' wordt mede gerekend:
"elk ander instrument dat op een gereglementeerde markt in een lidstaat tot de handel is toegelaten of waarvoor toelating tot de handel op dergelijke gereglementeerde markt is aangevraagd."
In de Richtlijn markten voor financiële instrumenten wordt in deel C van bijlage I een opsomming gegeven van financiële instrumenten.3 Deze opsomming is aan de ene kant meeromvattend dan de in de Richtlijn marktmisbruik gegeven opsomming van financiële instrumenten, maar aan de andere kant kunnen de financiële instrumenten die specifiek in de Richtlijn markten voor fmanciële instrumenten worden genoemd alle geschaard worden onder voormelde open einde omschrijving van het begrip 'financieel instrument' in de Richtlijn marktmisbruik. Zo worden in de Richtlijn markten voor fmanciële instrumenten mede tot het begrip fmancieel instrument gerekend:
"8. Afgeleide instrumenten voor de overdracht van kredietrisico.
9. Financiële contracten ter verrekening van verschillen ("contracts for differences").
10. Opties, futures, swaps, termijncontracten en andere derivatencontracten met betrekking tot klimaatvariabelen, vrachttarieven, emissievergunningen, inflatiepercentages of andere officiële economische statistieken, en die contant moeten, of, op verzoek van één der partijen, kunnen worden afgewikkeld (anderszins dan op grond van een verzuim of een ander ontbindend element), alsmede andere derivatencontracten met betrekking tot activa, rechten, verbintenissen, indices en maatregelen dan die vermeld in Deel D en die de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten bezitten, waarbij o.a. in aanmerking wordt genomen of zij op een gereglementeerde markt of MTF worden verhandeld of via erkende clearinghouses, en tevens of er regelmatig sprake is van "margin calls" (verzoek om storting van extra zekerheden)."
Ik vestig hier de aandacht op deze uitbreiding van het begrip 'financiële instrumenten' in de Richtlijn markten voor fmanciële instrumenten, omdat de openbaarmakingsplicht van voorwetenschap blijkens art. 6 lid 1 van de Richtlijn marktmisbruik geldt voor alle "emittenten van fmanciële instrumenten", en dus ook zal kunnen gelden voor emittenten van deze met zoveel woorden in de Richtlijn markten voor financiële instrumenten benoemde verschijningsvormen van fmanciële instrumenten.
Gereglementeerde markt
In de Richtlijn markten voor fmanciële instrumenten worden verschillende handelsplatformen onderscheiden. Genoemd worden onder meer de 'gereglementeerde markt' en de 'multilaterale handelsfaciliteit' (ook wel aangeduid met het acroniem MTF (multilateral trading facility)). Art. 4 lid 1 onder 14 omschrijft het begrip `gereglementeerde markt' als volgt:
"een door een marktexploitant geëxploiteerd en/of beheerd multilateraal systeem dat meerdere koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten — binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels van dit systeem — samenbrengt of het samenbrengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot financiële instrumenten die volgens de regels en de systemen van de markt tot de handel zijn toegelaten, en waaraan vergunning is verleend en die regelmatig werkt, overeenkomstig het bepaalde in titel III".
Met deze defmitie van het begrip 'gereglementeerde markt' zal rekening moeten worden gehouden bij de uitleg van dit begrip in de Richtlijn marktmisbruik.
Omdat volgens art. 5:25i lid 1 Wft de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie mede geldt voor uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit geef ik daarvan eveneens de begripsomschrijving.4Art. 4 lid 1 onder 15 van de Richtlijn markten voor financiële instrumenten definieert een multilaterale handelsfaciliteit als:
"een door een beleggingsonderneming of marktexploitant geëxploiteerd multilateraal systeem dat meerdere koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten — binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig het bepaalde in titel II".
Op de overeenkomsten en verschillen van beide handelsplatformen wordt in § 4.4.7 ingegaan.
De Richtlijn markten voor financiële instrumenten bevat nog een andere bepaling die relevant is in verband met het onderwerp van deze studie. In art. 50 lid 2 onder j) en k) wordt bepaald dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de bevoegdheid hebben om de opschorting van de handel in een financieel instrument te verlangen respectievelijk te verlangen dat een financieel instrument van de handel op een gereglementeerde markt of op een ander handelsplatform wordt uitgesloten. Denkbaar is dat tot de uitoefening van deze bevoegdheid wordt overgegaan indien een uitgevende instelling in ernstige mate de openbaarmakingsplicht overtreedt of heeft overtreden. Art. 41 lid 2 van de Richtlijn markten voor financiële instrumenten voegt daar nog aan toe dat een bevoegde autoriteit die de opschorting van de handel in een financieel instrument of de uitsluiting van een financieel instrument van de handel op één of meer gereglementeerde markten eist, haar beslissing onmiddellijk openbaar dient te maken en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten daarvan in kennis dient te stellen. Tenzij dit de belangen van de beleggers of de ordelijke werking van de markt aanzienlijk zou kunnen schaden, eisen de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten ook de opschorting van de handel in een financieel instrument of de uitsluiting van een financieel instrument van de handel op één of meer onder hen ressorterende gereglementeerde markten en multilaterale handelsfaciliteiten. CESR heeft in mei 2008 een Protocol on the Operation of notifications of MiFID Article 41 suspensions and removals of financial instruments from trading opgesteld teneinde een effectieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten met betrekking tot hun verplichtingen op grond van art. 41 lid 2 van de Richtlijn markten voor financiële instrumenten te verzekeren.5