Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/3.3.1
3.3.1 Rapport van het Comité van Wijzen
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS495064:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Voetnoten
Voetnoten
Met het acroniem Ecofin wordt gedoeld op de Raad van ministers van Economische Zaken en Financiën van de Europese Unie.
Hoewel het Comité in de Engelse taal The Committee of Wise Men genoemd wordt, komt het mij voor dat een Comité van Wijzen een politiek meer correcte aanduiding zou zijn.
De leden van het Comité van Wijzen waren de heren A. Lamfalussy (voorzitter), C. Herkstriker, L.A. Rojo, B. Ryden, L. Spaventa, N. Walter en N. Wicks.
Zie Final Report of the Committee of Wise Men on the Regulation of European Securities Markets, Brussel, 15 februari 2001. Het rapport is besproken door Drijber, Ondememingsrecht 2001, p. 163-165. Het voorlopig rapport van het Comité van Wijzen is besproken door Van Dijk, Ondememingsrecht 2001, p. 38-39.
Zie hiervoor hoofdstuk 1 (The reasons for change) van het eindrapport, p. 9-18.
Zie hiervoor hoofdstuk 2 (Regulatory reform — the Committee's recommendations) van het eindrapport, p. 19-42.
Zie onder meer de Resolutie van de Europese Raad van 23 maart 2001 aangaande een meer efficiënte regulering van de effectenmarkten in de Europese Unie (Pb EG 2001, C 138/1) onderscheidenlijk de Resolutie van het Europees Parlement van 5 februari 2002 over de tenuitvoerlegging van de financiële-dienstenwetgeving (Pb EG 2002, C 284 E/115).
Teneinde te komen tot een voorspoedige uitvoering van het Actieplan Financiële Diensten heeft de Ecofin-Raad1 op 17 juli 2000 een Comité van Wijzen2 ingesteld onder voorzitterschap van de Belgische bankier Alexandre Lamfalussy.3 Aan dit Comité werd verzocht om voorstellen te formuleren voor een efficiëntere procedure voor het tot stand brengen van regelgeving op het gebied van de Europese fmanciële markten. In februari 2001 heeft het Comité van Wijzen zijn eindrapport uitgebracht.4
In zijn eindrapport heeft het Comité van Wijzen een reeks van argumenten gegeven die pleiten voor een wijziging van het bestaande systeem van regulering van de Europese financiële markten.5 Daarbij geldt voor het Comité als vertrekpunt dat aan de totstandkoming van één werkelijk geïntegreerde Europese fmanciële markt aanzienlijke voordelen zijn verbonden. Een vrij kapitaalverkeer zal resulteren in de aanwezigheid van efficiënte, diepe en liquide effectenmarkten ten behoeve van zowel ondernemingen die kapitaal nodig hebben voor hun bedrijfsactiviteiten als van beleggers die hun besparingen wensen te beleggen. Daarbij zullen concurrentie en de aanwezigheid van keuzemogelijkheden de kapitaalkosten verminderen en de te behalen rendementen derhalve vergroten. Grensoverschrijdende investeringen en beleggingen zullen uiteindelijk ook de reële economie van de Europese Unie ten goede komen (zoals toename van de productiviteit van arbeid en kapitaal en bevordering van economische groei en werkgelegenheid).
Volgens het Comité van Wijzen is de voornaamste hindernis voor de totstandkoming van één eengemaakte Europese financiële markt gelegen in de wijze waarop de Europese wet- en regelgeving tot stand komt en vervolgens door de lidstaten wordt omgezet in nationale wet- en regelgeving. In één treffende zin wordt door het Comité de vinger op de zere plek gelegd: "The problem is the system itself." Het Comité van Wijzen signaleert vervolgens een aantal tekortkomingen in de tot dan toe gevolgde regelgevingsprocedure. Deze tekortkomingen zijn dat de medebeslissingsprocedure van art. 251 EG-Verdrag te traag verloopt en te star is, waardoor niet snel genoeg gereageerd kan worden op veranderende marktomstandigheden. De Europese richtlijnen worden verder te laat en gebrekkig geïmplementeerd door de lidstaten. Bovendien wordt in Europese richtlijnen geen onderscheid aangebracht tussen enerzijds de kernbeginselen en anderzijds de technische uitvoeringsmaatregelen, met als gevolg dat de richtlijnen lijden aan een vergaande mate van gedetailleerdheid. Tezelfdertijd constateert het Comité van Wijzen dat de snelheid waarmee veranderingen op de financiële markten zich voordoen toeneemt, mede ten gevolge van technologische ontwikkelingen, globalisatie en de mate waarin de financiële markten steeds nauwer met elkaar zijn verbonden.
In zijn eindrapport heeft het Comité van Wijzen voorgesteld de procedure voor het tot stand komen van Europese wet- en regelgeving op het gebied van de financiële markten te versnellen en effectiever te maken.6 Het voorstel van het Comité valt feitelijk in twee onderdelen uiteen. In de eerste plaats wordt voorgesteld twee nieuwe adviescomités op te richten die een belangrijke rol zullen vervullen in de voorgestelde regelgevingsprocedure: de European Securities Committee en de Committee of European Securities Regulators (zie § 3.3.2). In de tweede plaats wordt voorgesteld om de regelgevingsprocedure te verdelen in vier niveaus van besluitvorming en handhaving (zie § 3.3.3).
De Europese Raad en het Europees Parlement hebben de door het Comité van Wijzen voorgestelde benadering met enkele aanpassingen aanvaard.7