Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.4.4.10:9.4.4.10 Beslissen op een verzoek tot het gelasten van een getuigenverhoor en het horen van getuigen
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.4.4.10
9.4.4.10 Beslissen op een verzoek tot het gelasten van een getuigenverhoor en het horen van getuigen
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455427:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 6.6.
OK 26 juli 2004, ARO 2004/100, Ondernemingsrecht 2004/193, p. 504-508, m.nt. R.M. Hermans (Polisol); OK 14 december 2016, JOR 2017/36, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Eshuis Holding).
R.M. Hermans, annotatie bij OK 26 juli 2004, Ondernemingsrecht 2004/193, p. 507 (Polisol).
Zie over deze situatie § 9.6.
Zo ook M.W. Josephus Jitta, annotatie bij OK 14 december 2016, JOR 2017/36 (Eshuis Holding).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De onderzoekers kunnen de Ondernemingskamer verzoeken een of meer personen als getuigen te horen (artikel 2:352a BW).1 Ook met betrekking tot dit verzoek ligt het naar mijn mening nogal voor de hand de beslissing erop over te laten aan de raadsheer-commissaris. Een daartoe strekkend verzoek komt alleen aan de orde als een persoon die de onderzoekers willen interviewen daaraan niet wil meewerken. Tot nu toe is het slechts twee keer voorgekomen dat een onderzoeker zo’n verzoek heeft gedaan.2
Het horen zelf vindt volgens artikel 2:352a BW plaats door de Ondernemingskamer. Dat is inefficiënt. Het horen zou prima door de raadsheer-commissaris kunnen gebeuren. Daarvoor is op zich geen wetswijziging nodig, omdat artikel 16 lid 5 Rv de Ondernemingskamer de bevoegdheid geeft een raadsheer-commissaris te benoemen die de getuige hoort.3 Dit kan de raadsheer-commissaris zelf zijn, maar het kan ook een andere raadsheer zijn. De raadsheer-commissaris die de getuigen hoort, dient in beginsel deel uit te maken van de kamer uit de Ondernemingskamer die op het tweedefaseverzoek beslist (artikel 155 Rv). Als al duidelijk is dat de raadsheer-commissaris vanwege zijn eerdere bemoeienis geen deel kan uitmaken van de kamer uit de Ondernemingskamer die op het tweedefaseverzoek beslist,4 kunnen de getuigen beter door een andere raadsheer worden gehoord.5
Naar huidig recht kan de raadsheer-commissaris de bevoegdheid om een getuigenverhoor te gelasten al ontlenen aan overeenkomstige toepassing van artikel 198lid2 jo. artikel 16 lid 5 Rv. Om de in § 9.4.4.1 uiteengezette reden is het wenselijk deze bevoegdheid in de wet vast te leggen.