Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.4.4.3:9.4.4.3 Wijzigen van de onderzoeksopdracht
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.4.4.3
9.4.4.3 Wijzigen van de onderzoeksopdracht
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459071:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 2.3.
Zie § 7.4.2.1 en § 7.6.3.4.
Vgl. OK 13 juni 2014, ARO 2014/152 (Harbour Antibodies), m.n. r.o. 3.12. De Hoge Raad heeft het tegen deze beschikking ingestelde beroep in cassatie met toepassing van artikel 81 RO verworpen. Zie HR 20 november 2015, ARO 2016/31 (Harbour Antibodies). Deze zaak heb ik besproken in§ 7.3.4.3.
Zie § 9.4.4.14.
Zie § 2.9.2, waar ik bespreek in hoeverre de Ondernemingskamer de onderzoeksopdracht kan uitbreiden.
Zie § 9.3.
Zie § 2.9.2.
Zie § 2.9.2.
Zie § 5.4.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De formulering van de onderzoeksopdracht laat de onderzoekers veelal veel ruimte om daaraan een nadere invulling te geven.1 Het is wenselijk dat de onderzoekers de onderzoeksopdracht uitwerken in een aantal concrete vragen en die aan partijen voorleggen, bij voorkeur in een plan van aanpak.2 Om die reden zal het niet vaak voorkomen dat er behoefte is aan een wijziging van de onderzoeksopdracht. Onderscheid moet worden gemaakt tussen een beperking en een uitbreiding van de onderzoeksopdracht. De behoefte om de onderzoeksopdracht te beperken kan ontstaan als het onderzoeksbudget ontoereikend is om het onderzoek in volle omvang uit te voeren, of als zich hangende het onderzoek nieuwe omstandigheden voordoen waardoor het uitvoeren van een deel van de onderzoeksopdracht geen zin meer heeft. In het laatste geval valt te denken aan de situatie dat een minderheidsaandeelhouder uittreedt en aan de vennootschap en de andere aandeelhouders finale kwijting heeft verleend.
Indien het onderzoeksbudget ontoereikend is om het onderzoek in volle omvang uit te voeren, is het nu vaak zo dat de onderzoekers bepalen wat zij wel en niet onderzoeken.3 Ik acht dat onwenselijk. Ik vind dat de onderzoekers in zo’n situatie de raadsheer-commissaris om een aanwijzing moeten vragen of zij het onderzoek mogen beperken. De raadsheer-commissaris kan dan, gehoord partijen, bekijken of een verhoging van het onderzoeksbudget mogelijk is en, zo nee, bespreken welke aanpassingen van het plan van aanpak nodig zijn om het onderzoek binnen budget te kunnen uitvoeren, zoals het beperken van het aantal te horen personen. Naar huidig recht kan de raadsheer-commissaris een dergelijke aanwijzing geven. Deze regel zou in de aandachtspunten kunnen worden opgenomen.
Het beperken van het onderzoek omdat het belang aan het uitzoeken van een bepaalde onderzoeksvraag is komen te ontvallen, is te beschouwen als een partiele beëindiging van het onderzoek. Beëindiging van het onderzoek is voorbehouden aan de Ondernemingskamer.4 Voor partiele beëindiging van het onderzoek zou mijns inziens hetzelfde moeten gelden.
Uitbreiding van het onderzoek raakt de kern van de enquêteprocedure, die immers uit dat onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon bestaat.5 In dit opzicht is er een wezenlijk verschil met het deskundigenonderzoek in de civiele procedure, dat niet meer is dan een bewijsincident in die procedure. Om die reden meen ik dat, anders dan bij het civiele deskundigenonderzoek,6 de raadsheer-commissaris niet de bevoegdheid heeft de onderzoeksopdracht uit te breiden op de grond dat feiten en omstandigheden aan het licht zijn gekomen die een nieuwe gegronde reden zijn om aan een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen.7 Deze bevoegdheid behoort bij de voltallige Ondernemingskamer te berusten. Wel is acceptabel dat de raadsheer-commissaris de onderzoeksopdracht uitbreidt op de grond dat feiten en omstandigheden aan het licht zijn gekomen of zich hebben voorgedaan die zozeer samenhangen met de reden voor het reeds gelaste onderzoek dat die feiten of omstandigheden in het onderzoek dienen te worden betrokken.8 Als uitzondering op dit uitgangspunt zou de raadsheer-commissaris de onderzoeker de opdracht kunnen geven een minnelijke regeling te partijen te beproeven, als de Ondernemingskamer dat bij het formuleren van de onderzoeksopdracht nog niet heeft gedaan.9