Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.4.4.19:9.4.4.19 Beslechten van geschillen tussen de door de Ondernemingskamer benoemde functionarissen
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.4.4.19
9.4.4.19 Beslechten van geschillen tussen de door de Ondernemingskamer benoemde functionarissen
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS450666:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de ZED+-zaak is een geschil ontstaan tussen de door de Ondernemingskamer benoemde functionarissen.1 In zijn noot onder de uitspraak merkt Holtzer op dat het goed is dat de mogelijkheid bestaat dat het handelen van deze functionarissen door de Ondernemingskamer of de raadsheer-commissaris wordt beoordeeld en zo nodig gecorrigeerd. Hoe zou de raadsheer-commissaris dit kunnen doen? Ik vermag dit niet in te zien. Correctie van deze functionarissen is mogelijk door hun een aanwijzing te geven of hen van hun taak te ontheffen. Naar huidig recht heeft de raadsheer-commissaris daartoe geen mogelijkheid. Hij kan wel de onderzoekers, indien de goede gang van zaken van het onderzoek dit vereist, een aanwijzing geven. Hij kan voorts in het belang van het onderzoek de nodige bevelen geven. Het geschil tussen de beide OK-functionarissen in de ZED+-zaak had echter niets met het onderzoek te maken. Ook aan artikel 16 lid 5 Rv kan de raadsheer-commissaris geen bevoegdheden ontlenen. Hij is immers benoemd om toezicht te houden op de onderzoekers; niet op de OK-functionarissen.
Ik meen dat het ook niet wenselijk is de raadsheer-commissaris hierin een taak te geven. Wat wel zou kunnen, is dat de Ondernemingskamer een comparitie vanpartijen gelast en daarbij in aanwezigheid van partijen en de OK-functionarissen bespreekt wat de problemen zijn en hoe die kunnen worden opgelost. De Ondernemingskamer kan daartoe een raadsheer-commissaris benoemen, maar dat kan ook een andere raadsheer-commissaris zijn dan degene die toezicht houdt op het onderzoek.2 Dat laatste heeft mijn voorkeur, omdat dan het toezicht op de onderzoekers gescheiden is van het toezicht op de andere OK-functionarissen. De onderzoekers en de overige OK-functionarissen zelf hebben ook onderscheiden functies, waarbij overlap zo veel mogelijk moet worden uitgesloten.3