Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.6.1:6.6.1 Wettekst
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.6.1
6.6.1 Wettekst
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454267:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Geerts 2004, p. 162-163; Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 39; R.M. Hermans, annotatie bij OK 26 juli 2004, Ondernemingsrecht 2004/193, p. 504-508 (Polysol); Tuijtel 2006; Geerts in: GS Rechtspersonen, artikel 2:352a BW, aant. 1-10; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/786; Van der Heijden-Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 365; Assink || Slagter 2013, p. 1719-1721; Storm 2014, p. 144-151.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bepaling over het horen van personen als getuige is opgenomen in artikel 2:352a BW.1 Deze bepaling luidt als volgt:
“De met het onderzoek belaste personen kunnen de ondernemingskamer verzoeken een of meer personen als getuigen te horen. In het verzoek worden de namen en adressen van de te horen personen alsmede de feiten en omstandigheden waarover deze moeten worden gehoord vermeld. De onderzoekers zijn bevoegd bij het verhoor aanwezig te zijn en aan de getuigen vragen te stellen.”