Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.1.1:10.1.1 Wettekst
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.1.1
10.1.1 Wettekst
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455425:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Geerts 2004, p. 185-190; Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 54-58; Geerts in: GS Rechtspersonen, artikel 2:353 BW, aant. 2; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/ 787; Van der Heijden & Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 365; Assink || Slagter 2013, p. 1722- 1726; Storm 2014, p. 157-159.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bepalingen over het onderzoeksverslag zelf zijn opgenomen in het bij de Wet aanpassing enquêterecht in 2013 ingevoerde lid 4 van artikel 2:351 BW alsmede in het bij deze wet gewijzigde lid 1 van artikel 2:353 BW.1Artikel 2:351 lid 4 BW luidt:
“De met het onderzoek belaste personen stellen een verslag op van hun bevindingen. Zij stellen degenen die in het verslag worden genoemd in de gelegenheid om opmerkingen te maken ten aanzien van wezenlijke bevindingen die op henzelf betrekking hebben. Het is een ieder verboden om mededelingen te doen uit de inhoud van het concept verslag of delen daarvan die hem ter voldoening aan het bepaalde in de vorige volzin zijn voorgelegd.”
Artikel 2:353 lid 1 BW luidt:
“Het verslag van de uitkomst van het onderzoek wordt ter griffie van het gerechtshof Amsterdam nedergelegd. Uit het verslag moet blijken of aan het bepaalde in artikel 351 lid 4, tweede volzin is voldaan.”
Deze artikelen stellen geen eisen aan de inhoud van het verslag, anders dan dat uit het verslag moet blijken dat gelegenheid is geboden tot het maken van opmerkingen over het conceptverslag. Indirect blijkt echter uit de wet de eis dat uit het verslag moet blijken of er al dan niet sprake is geweest van wanbeleid. Alleen als dat het geval is, kan de Ondernemingskamer immers voorzieningen treffen of in een declaratoire beschikking vaststellen dat er sprake is (geweest) van wanbeleid (artikel 2:355 lid 1 BW). De overige in artikel 2:353 BW opgenomen bepalingen over het verslag hebben betrekking op de inlevering van het verslag ter griffie, de bekendmaking van de inlevering van het verslag, het toezenden van het verslag aan bepaalde personen, de inzage in het verslag en de machtiging die de voorzitter van de Ondernemingskamer kan verlenen om mededelingen uit het verslag te doen. In hoofdstuk 11 komen deze onderwerpen aan de orde.