RvdW 2025/498:Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300 lid 1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416 lid 2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mail van raadsman aan verkeerstoren hof (met onder meer grieven tegen vonnis Pr), die zich bij stukken bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: In p-v van tz. in h.b. van 16 februari 2023 is in voetnoot vermeld dat na sluiting van onderzoek en na mededeling van uitspraak is gebleken dat raadsman op 15 februari 2023 (tijdig) grieven naar verkeerstoren hof heeft verstuurd, terwijl voorzitter hof, griffier hof en A-G hiervan t.t.v. onderzoek ttz. in h.b. niet op de hoogte waren. Gelet op inhoud van e-mail van raadsman aan verkeerstoren hof, waarin staat dat h.b. zich o.m. richt tegen bewezenverklaring, strafmaat en toegewezen vordering benadeelde partij, zijn namens verdachte grieven ingediend en heeft hof de verdachte ten onrechte ex art. 416 lid 2 Sv n-o verklaard in h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.