HR, 25-03-2025, nr. 23/00827
ECLI:NL:HR:2025:434
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25-03-2025
- Zaaknummer
23/00827
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:434, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:39
In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2023:3784
ECLI:NL:PHR:2025:39, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑01‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:434
- Vindplaatsen
Uitspraak 25‑03‑2025
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mail van raadsman aan verkeerstoren hof (met onder meer grieven tegen vonnis Pr), die zich bij stukken bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: In p-v van tz. in h.b. van 16-2-2023 is in voetnoot vermeld dat na sluiting van onderzoek en na mededeling van uitspraak is gebleken dat raadsman op 15-2-2023 (tijdig) grieven naar verkeerstoren hof heeft verstuurd, terwijl voorzitter hof, griffier hof en AG hiervan t.t.v. onderzoek ttz. in h.b. niet op de hoogte waren. Gelet op inhoud van e-mail van raadsman aan verkeerstoren hof, waarin staat dat h.b. zich o.m. richt tegen bewezenverklaring, strafmaat en toegewezen vordering benadeelde partij, zijn namens verdachte grieven ingediend en heeft hof de verdachte ten onrechte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00827
Datum 25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2023, nummer 23-002624-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Aynan, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2025.
Conclusie 14‑01‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Art. 416.2 Sv. Hof is er ten onrechte van uitgegaan dat geen grieven waren ingediend. Strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/00827
Zitting 14 januari 2025
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1. Inleiding
1.1
Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte bij arrest van 16 februari 2023 (bij verstek) met toepassing van artikel 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 september 2022.
1.2
Namens de verdachte heeft M. Aynan, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
2. Het middel
2.1
Het middel bevat de klacht dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep heeft verklaard op de grond dat er door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven zou zijn ingediend.
2.2
De uitspraak van het hof houdt in:
“Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.”
2.3
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 16 februari 2023 houdt in:
“De verdachte, gedagvaard als
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
adres: [a-straat 1] [plaats] ,
is niet ter terechtzitting verschenen.
De raadsman van de verdachte, mr. M. Ayan, advocaat te Amsterdam, is evenmin ter terechtzitting aanwezig.
[…]
De raadsheer verleent namens het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal voert het woord en leest haar vordering voor. Zij vordert de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep. Deze vordering wordt aan het hof overgelegd en in het dossier gevoegd.
Na kort beraad verklaart de raadsheer het onderzoek gesloten en deelt de uitspraak direct mede.
De raadsheer spreekt het arrest uit.”
[…]
“Noot: Na sluiting van het onderzoek en na mededeling van de uitspraak is gebleken dat de raadsman van de verdachte op 15 februari 2023 om 12:47 uur - derhalve tijdig - grieven naar de Verkeerstoren heeft verstuurd. De voorzitter en/of de griffier waren hiervan ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting niet op de hoogte, de advocaat-generaal evenmin. Indien de grieven bij het onderzoek ter terechtzitting bij de voorzitter bekend zouden zijn geweest, dan was een niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte achterwege gebleven.”
2.4
Uit voormeld proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt dat het hof de zaak op 16 februari 2023 heeft behandeld. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding bevindt zich een e-mail van de raadsman van de verdachte aan de Verkeerstoren van het hof van 15 februari 2023. Gelet op de inhoud van deze mail, waarin staat dat het hoger beroep zich onder meer richt tegen de bewezenverklaring, de strafmaat en de toegewezen vordering van de benadeelde partij, zijn namens de verdachte grieven ingediend.
2.5
Uit al het voorgaande volgt dat het hof ter terechtzitting in hoger beroep ten onrechte ervan is uitgegaan dat namens de verdachte geen grieven waren ingediend. Daardoor heeft het hof de verdachte ten onrechte op de voet van artikel 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het middel klaagt daarover terecht.
3. Slotsom
3.1
Het middel slaagt.
3.2
Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
3.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG