Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/495
Voortgezette handeling van verduistering van pinpas (art. 321 Sr) en diefstal d.m.v. valse sleutels van geld (art. 311 lid 1 onder 5 Sr) door geregistreerd partner van kleinzoon van aangeefster. Kon hof oordelen dat is voldaan aan relatief klachtvereiste a.b.i. art. 316 lid 2 Sr jo. art. 324 Sr? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 25-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:432
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/04645
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:432, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:47, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑01‑2025
Essentie
Voortgezette handeling van verduistering van pinpas (art. 321 Sr) en diefstal d.m.v. valse sleutels van geld (art. 311 lid 1 onder 5 Sr) door geregistreerd partner van kleinzoon van aangeefster. Kon hof oordelen dat is voldaan aan relatief klachtvereiste a.b.i. art. 316 lid 2 Sr jo. art. 324 Sr? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04645
Datum 25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 december 2022, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.