Einde inhoudsopgave
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/V.8.3.2
V.8.3.2 Reasonable limits I: what’s at stake
J.H.B. Bemelmans, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
J.H.B. Bemelmans
- JCDI
JCDI:ADS599800:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 23 juli 2002, nr. 34619/97, par. 101 (Janosevic/Zweden); EHRM 23 juli 2002, nr. 36985/97, par. 113 (Vastberga taxi aktiebolag en Vulic/Zweden); EHRM 19 oktober 2004, nr. 66273/01, dec., NJ 2005, 429, NJCM-bull. 2005, p. 437-443, m.nt. Van Kempen (Falk/Nederland).
EHRM 23 juli 2002, nr. 34619/97, par. 103 (Janosevic/Zweden); EHRM 23 juli 2002, nr. 36985/97, par. 115 (Vastberga taxi aktiebolag en Vulic/Zweden).
EHRM 19 oktober 2004, nr. 66273/01, dec., NJ 2005, 429, NJCM-bull. 2005, p. 437-443, m.nt. Van Kempen (Falk/Nederland).
EHRM 30 maart 2004, nr. 53984/00, par. 24 (Radio France e.a./Frankrijk).
EHRM 16 maart 2000, nr. 28971/95, dec. (Hansen/Denemarken).
ECieRM 21 mei 1997, nr. 31463/96, dec. (Maatschap Dortmans & Dortmans/Nederland); ECieRM 21 mei 1997, nr. 34970/97, dec. (Klein Poelhuis/Nederland).
Zie over dat dilemma § III.6.3.1.
Vgl. ECieRM 16 januari 1996, nr. 26280/95, dec. (Bates/Verenigd Koninkrijk); ECieRM 16 januari 1996, nr. 26279/95, dec. (Brock/Verenigd Koninkrijk); ECieRM 16 januari 1996, nr. 28846/95, dec. (Foster/Verenigd Koninkrijk); ECieRM 16 januari 1996, nr. 29102/95, dec. (Bullock/Verenigd Koninkrijk).
EHRM 4 oktober 2007, nr. 28183/03, par. 61 (Anghel/Roemenië).
EHRM 5 juli 2001, nr. 41087/98, par. 42 (Phillips/Verenigd Koninkrijk).
Het toetsingskader van het EHRM laat zich enigszins nader concretiseren. De eerste factor, het belang van wat op het spel staat, is in de rechtspraak van het Hof op twee verschillende manieren uitgelegd. Aan de ene kant heeft het Hof met zoveel woorden overwogen dat de reasonable limits-test een proportionaliteitstoets is:
“[T]he Contracting States are required to strike a balance between the importance of what is at stake and the rights of the defence; in other words, the means employed have to be reasonably proportionate to the legitimate aim sought to be achieved.”1
Op deze manier begrepen ziet “what is at stake” derhalve op het legitieme doel dat de overheid met het vermoeden beoogt te dienen. Jurisprudentiële voorbeelden van zulke legitieme belangen zijn onder meer het financiële belang van de Staat bij een soepel functionerend en op door de burger verstrekte informatie gebaseerd fiscaal stelsel,2 handhaving van met behulp van technische middelen gesignaleerde verkeersovertredingen,3 effectieve preventie van de verspreiding van lasterlijke beweringen via de media,4 beteugeling van de financiële prikkel voor transportbedrijven om hun chauffeurs langer dan toegestaan te laten rijden5 en de bescherming van het milieu in combinatie met de technische moeilijkheden mestproductie op individuele basis vast te stellen.6 Daarbij hangt de aanvaardbaarheid van die doelstelling niet alleen af van het belang dat het vermoeden tracht te behartigen, maar soms ook van de aannemelijkheid van eventuele bewijsmoeilijkheden bij het ontbreken van dat vermoeden. Tot nu toe is wel louter in relatief lichtere, veel voorkomende criminaliteit aanleiding gezien vermoedens toelaatbaar te achten. Een benadering waarbij de verdenking van zeer ernstige feiten zelfstandig bijdroeg aan het oordeel dat artikel 6 EVRM niet was geschonden, is met betrekking tot de onschuldpresumptie – mijns inziens terecht – niet gehanteerd.7
In andere zaken hebben de Straatsburgse organen hetgeen op het spel staat uitgelegd als datgene wat voor de verdachte op het spel staat. Niet het legitieme overheidsbelang, maar de gevolgen van het vermoeden voor de verdachte staan centraal. Zo verhoogt het de stakes voor de verdachte wanneer gevangenisstraf dreigt8 of de geriskeerde geldboete gepaard gaat met vervangende hechtenis.9 Dat een te hanteren vermoeden de hoogte van het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel beïnvloedt, betekent juist een verlaging van de stakes, aangezien in dat geval geen (nieuwe) strafrechtelijke veroordeling op het spel staat.10
Een en ander maakt hetgeen op het spel staat tot een wat meerduidige wegingsfactor. Hoge stakes voor de vervolgde particulier maken vermoedens minder gauw toelaatbaar, terwijl hoge stakes voor de overheid er juist toe bijdragen dat een vermoeden eerder acceptabel is. Die wegingsfactor is daardoor bovendien niet steeds goed bruikbaar, omdat in voorkomende gevallen hoge stakes voor het individu zich voordoen in situaties waarin juist ook de stakes voor de overheid hoog zijn.