Bewijsrechtelijke verhoudingen in het verzekeringsrecht
Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/11.2.1:11.2.1 De wettelijke samenloopregeling
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/11.2.1
11.2.1 De wettelijke samenloopregeling
Documentgegevens:
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS358227:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met de schade die door de verzekering wordt gedekt wordt ingevolge art. 7:961 lid 2 BW gelijkgesteld schade die door de verzekeraar aan zijn eigen verzekerde onverplicht wordt vergoedt, hetgeen inhoudt dat ook een verzekeraar die een coulance-uitkering doet, verhaal kan nemen op een andere verzekeraar.
Zie over dekkingsverweren nader onder 7.1 en 7.2.
Stadermann, Titel 7.17 BW belicht 2005, p. 161.
HR 17 november 2006, NJ 2007, 202 m.nt. MMM. Zie ook Asser/Clausing & Wansink2007, nr. 379.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op het moment dat vaststaat dat van samenloop in de zin van de wet sprake is en eenzelfde schade1 (dus) door meer dan een verzekering wordt gedekt, kan de aangesproken verzekeraar die aan zijn uitkeringsplicht heeft voldaan - ingevolge art. 7:961 lid 3 BW - verhaal nemen op de andere ver-zekeraar(s). De verzekeraars hebben onderling verhaal naar evenredigheid van de bedragen waarvoor een ieder afzonderlijk kan worden aangespro-ken.2 In de praktijk zal het onderling verhaal ook 'gewoon' onderling geregeld worden door elkaar te informeren over de bedragen waartoe zij ieder kunnen worden aangesproken. Aan het onderling verhaal kan overigens wel 'gewoon' nog het dekkingsverweer van de 'andere' verzekeraar in de weg staan: tegenover de regreszoekende verzekeraar, immers, heeft die verzekeraar onverminderd het recht om te betwisten dat de schade (ook) onder zijn polis is gedekt.3 Als dat verweer juist is, is er immers (toch/alsnog) geen samenloop.4
Iets anders is, dat als er wél dekking is, het stelsel van art. 7:961 BW meebrengt dat de verzekeraar die niet door de verzekerde onder de samenlopende polis is aangesproken en daarom niet tot uitkering heeft behoeven over te gaan, de beslissing van de wel aangesproken verzekeraar omtrent hoogte en modaliteiten van de uitkering dient te volgen, zolang die schaderegeling toetsing aan de norm van een redelijk handelende verzekeraar kan doorstaan. Die norm kan onder omstandigheden meebrengen dat de andere verzekeraar op de hoogte wordt gehouden van het verloop van de schaderegeling of zelfs aanspraak heeft op overleg omtrent principiële beslissingen, dan wel beslissingen met aanzienlijke financiële implicaties.5 De stelling dat onder omstandigheden de norm van de redelijk handelend verzekeraar geschonden is, is er een die door de door verzekerde niet-aange-sproken verzekeraar ingenomen wordt ter bevrijding van zijn betalingverplichtingen en die zonodig door hem bewezen dient te worden. Dat geldt evenzeer voor het onderling verhaal voor de kosten tot het vaststellen van de schade en die van verweer in en buiten rechte: het is aan de 'verwerend' verzekeraar om zich er in een voorkomend geval op te beroepen dat de kosten niet in redelijkheid zijn gemaakt, danwel dat deze kosten niet ten behoeve van alle betrokken verzekeraars zijn gemaakt.