Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.1.4:3.1.4 Aandachtspunten, aanbevelingen en suggesties voor onderzoekers
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.1.4
3.1.4 Aandachtspunten, aanbevelingen en suggesties voor onderzoekers
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455483:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Aandachtspunten bevatten enkele bepalingen over onderwerpen die raken aan de benoeming en de positie van de onderzoekers.
Aandachtspunt 1.1 bepaalt dat de onderzoeker wordt benoemd bij beschikking van de Ondernemingskamer. Hiervan wordt hij per brief in kennis gesteld. De toelichting vermeldt dat de beoogde onderzoeker eerst (telefonisch) wordt geraadpleegd of het hem “vrijstaat” een benoeming te aanvaarden. Uit de daaropvolgende zin blijkt dat daarmee wordt gedoeld op de vraag of een eventueel belangenconflict aan zijn benoeming in de weg staat. De toelichting vervolgt met de instructie dat indien de onderzoeker eerst na zijn benoeming bekend raakt met omstandigheden die leiden tot (de schijn van) partijdigheid, hij de Ondernemingskamer hiervan op de hoogte stelt. De Ondernemingskamer zal dan, na partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich daarover uit te laten, beoordelen of de onderzoeker zijn werkzaamheden kan voortzetten.
Aandachtspunt 3.2 bepaalt onder meer dat de onderzoeker zijn werkzaamheden in volstrekte onafhankelijkheid en onpartijdigheid en in openheid over zijn hoedanigheid verricht.
De vraag hoe te handelen als de onderzoeker specifieke deskundigheid ontbeert, komt aan de orde in Aandachtspunt 3.10. Indien de onderzoeker dit – mede gelet op de daarmee gemoeide kosten – voor de juiste uitoefening van het onderzoek in redelijkheid nodig acht – bijvoorbeeld indien hij een bepaalde voor het onderzoek noodzakelijke deskundigheid ontbeert – kan hij zich laten bijstaan door een of meer personen. De hiermee gemoeide kosten komen ten laste van het onderzoeksbudget.
De onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de onderzoeker komen wederom aan de orde in de toelichting op Aandachtspunt 3.11, sub 2. Als de onderzoeker beziet of een minnelijke regeling kan worden bereikt, bewaakt hij daarbij zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Indien hij daadwerkelijk besluit een schikking te beproeven, deelt hij dit aan partijen mede en bespreekt hij met hen de consequenties daarvan voor het (verdere) verloop van het onderzoek.