Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.5:3.5 Registratie van onderzoekers
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.5
3.5 Registratie van onderzoekers
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453063:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Böcker e.a. 2010, p. 193; Klaassen 2010b, p. 161.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het empirisch onderzoek van Klaassen blijkt dat ten aanzien van het selecteren van onderzoekers meer transparantie en overleg tussen de Ondernemingskamer en partijen wenselijk wordt geacht. Van diverse zijden is naar voren gebracht dat het te veel een ‘old boys network’ is. Geopperd werd een openbare lijst aan te leggen van personen die als onderzoeker in aanmerking zouden kunnen komen.1 Dit idee sluit ook aan bij de ontwikkeling van de registratie van deskundigen in civiele procedures, zoals in § 3.2.5 uiteengezet.
Door de vaststelling en publicatie van het ‘Protocol lijst van OK-functionarissen Ondernemingskamer’ is sinds 1 oktober 2015 publiek bekend dat de Ondernemingskamer een lijst bijhoudt van personen die voor een benoeming als onderzoeker in aanmerking komen. Daarmee geeft de Ondernemingskamer het signaal af dat personen die voor benoeming in aanmerking wensen te komen, zich bij de Ondernemingskamer kunnen melden. Een van de klachten van de Ondernemingskamer was dat zij moeilijk personen kon vinden die voor benoeming in aanmerking willen komen. Nu er een transparante procedure is, waarbij personen zich voor registratie kunnen aanmelden, mag worden verwacht dat het aantal potentiële onderzoekers zal toenemen. Dat betekent dat de Ondernemingskamer op den duur meer keuze heeft.
De Ondernemingskamer stelt niet als voorwaarde voor registratie dat de te registreren persoon aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Dat kan momenteel ook niet, omdat er geen kwaliteitseisen zijn waaraan getoetst kan worden of iemand gekwalificeerd is. Als er echter een basisopleiding voor onderzoekers zou komen, zoals ik in de vorige paragraaf heb bepleit, kan de eis worden gesteld dat de personen op de lijst de basisopleiding tot onderzoeker hebben gevolgd.
De lijst van mogelijk te benoemen functionarissen is op dit moment niet openbaar. Ik meen dat die lijst wel openbaar zou moeten worden, omdat daardoor aan de kritiek op het gebrek aan transparantie bij de benoeming van onderzoekers tegemoet zou worden gekomen. Dat is wenselijk, omdat het voor het gezag van de Ondernemingskamer en de acceptie van haar beslissingen niet wenselijk is dat er een zweem van geheimzinnigheid rondom de enquêteprocedure blijft bestaan. De partijen bij de enquêteprocedure kunnen de lijst gebruiken om suggesties te doen voor de benoeming van de onderzoekers (zie de volgende paragraaf). Het argument van de Ondernemingskamer dat personen wellicht niet op een openbare lijst willen staan, acht ik niet overtuigend. Uit de uitspraken van de Ondernemingskamer, die allemaal worden gepubliceerd, blijkt wie de Ondernemingskamer als onderzoeker benoemt. Dat zijn dus, behoudens grote uitzonderingen, personen die op de lijst staan. Op die manier kunnen buitenstaanders, met enige moeite, wel achterhalen wie er op de lijst staan. Voor het doel van de lijst is het niet nodig om adresgegevens van de mogelijk te benoemen personen op de lijst te publiceren.
Welke gegevens zouden wel in het register moeten worden opgenomen? Voor het doel van de registratie lijkt mij voldoende dat wordt opgenomen een beknopt cv (gevolgde opleiding(en), vervulde hoofdfuncties en relevante nevenfuncties en de periode waarin deze zijn vervuld), alsmede een lijst van enquêtes waarin de betrokkene als onderzoeker is benoemd. Eventueel zou men daaraan nog kunnen toevoegen een omschrijving van procedures waarin de betrokkene als onderzoeker is benoemd.
Ik aarzel of het ook zinvol is het door de onderzoeker te hanteren uurtarief te vermelden. Uit het empirisch onderzoek naar deskundigen in civiele zaken blijkt dat een knelpunt bij de benoeming van deskundigen is dat sommige deskundigen een uurtarief blijken te hanteren waardoor het deskundigenbericht duurder wordt dan het belang van de zaak rechtvaardigt. Ook bij enquêteprocedures zijn er klachten over de te hoge kosten van het onderzoek. Om die reden kan ik mij voorstellen dat het voor partijen nuttig is te kunnen zien wat het uurtarief van de onderzoeker is, zodat zij daar bij het doen van suggesties aan de Ondernemingskamer rekening mee kunnen houden. Hierna, in § 4.6.3.3, zal ik beargumenteren waarom de Ondernemingskamer richtlijnen voor door onderzoekers te hanteren uurtarieven moet vaststellen. Daarbij kan een differentiatie worden aangebracht afhankelijk van de hoofdfunctie van de onderzoeker en de complexiteit van het onderzoek. Als deze richtlijnen er zijn, lijkt er minder behoefte te bestaan een uurtarief in de registratie op te nemen.
Naar mijn mening moet de Ondernemingskamer de bevoegdheid hebben om onderzoekers te benoemen die niet op de lijst staan. De belangrijkste reden is dat de Ondernemingskamer soms een onderzoeker zoekt met een specifieke deskundigheid waarover geen van de personen die op de lijst staan, beschikt. Onderzoekers die om hen moverende redenen niet op de lijst wensen te worden opgenomen, zouden niet om die reden niet-benoembaar moeten zijn. Ik zie ook geen reden om de Ondernemingskamer, zoals in het strafrecht het geval is met betrekking tot deskundigen die niet in het NRGD zijn opgenomen, te verplichten te motiveren waarom zij iemand als onderzoeker wil benoemen die niet op de lijst staat.
Wat mij betreft is het op dit moment te vroeg om te kunnen beoordelen of als het NRGD en DIX zouden worden samengevoegd tot een landelijk deskundigenregister, het register van onderzoekers in enquêteprocedures in dit register zou kunnen worden geïntegreerd. Deze samenvoeging zou betekenen dat ook aan gerechtelijk deskundigen (waaronder onderzoekers in de enquêteprocedure) kwaliteitseisen worden gesteld. Voor het beantwoorden van de vraag of dat haalbaar is voor onderzoekers in de enquêteprocedure is het nu nog (veel) te vroeg.