Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.1.6:3.1.6 Plan van aanpak
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.1.6
3.1.6 Plan van aanpak
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456685:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In § 3.2 ga ik uitvoerig in op de benoeming van deskundigen in civiele procedures. Daarbij bespreek ik onder meer de wijze waarop partijen bij de benoeming van deze deskundigen worden betrokken, de aan de deskundigen te stellen eisen en de initiatieven die worden genomen om deskundigen op te leiden en de kwaliteit van het deskundigenonderzoek te bevorderen. Hieruit blijkt dat er op dit gebied veel gebeurt: meer dan voor onderzoekers in de enquêteprocedure. In deze paragraaf komen vervolgens nog aan de orde de registratie van deskundigen en belemmeringen die deskundigen ondervinden om een benoeming tot deskundige te kunnen aanvaarden. In§ 3.3 bespreek ik welke eisen aan onderzoekers moeten worden gesteld, zowel wat betreft kennis, ervaring en vaardigheden als attitude. In § 3.4 beargumenteer ik waarom er naar mijn mening een basisopleiding voor onderzoekers moet komen en hoe die opleiding georganiseerd zou kunnen worden. In § 3.5 bepleit ik dat er een openbare registratie van onderzoekers moet komen en dat zo’n registratie de transparantie van het benoemingsproces zal bevorderen. In § 3.6 bespreek ik of het wenselijk is partijen invloed te geven op de benoeming van onderzoekers en hoe dat zou kunnen plaatsvinden. Tot op heden heeft de Ondernemingskamer uitsluitend natuurlijke personen tot onderzoeker benoemd. De vraag of ook een rechtspersoon tot onderzoeker kan worden benoemd komt aan de orde in § 3.7. In § 3.8 en § 3.9 komen achtereenvolgens aan de orde de rechtspositie van de onderzoeker, de aanvaarding van de opdracht door de onderzoeker en de daarmee samenhangende vraag of de onderzoekers hieraan voorwaarden kunnen of mogen verbinden. In § 3.10 ga ik in op de vervanging van een onderzoeker en de benoeming van een extra onderzoeker.