Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/10.2.1
10.2.1 De risico-omschrijving als dekkingsbeperking
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS354683:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voorbeeld ontleend aan de annotatie van Mendel bij HR 15 mei 1992, NJ 1993, 263.
Zowel bij een beroep op art. 293 K (oud) als bij een beroep op een gevaarbeperkende omschrijving van het verzekerd risico gaat het om de vraag of de gewijzigde toestand een risicoverhoging teweeg heeft gebracht. In het geval van een schadebeperkende voorwaarde gaat het daarbij om een risicoverhoging van zodanige aard dat de toestand niet meer strookt met het risico zoals dat in de polis is afgebakend (waardoor verzekeraar tot dekking niet gehouden is); in geval van risicoverzwaring als bedoeld in art. 293 K (oud) gaat het om een risicoverhoging van zodanige aard dat de verzekeraar, indien de gewijzigde toestand voor de verzekering had bestaan, niet of niet op dezelfde voorwaarden zou hebben verzekerd (en verzekeraar om die reden niet tot dekking gehouden is). De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 mei 1992 (Caransa), NJ 1993, 263, m.nt. MMM over de verhouding tussen de beide regelingen voor risicoverzwaring overwogen: 'Wanneer de verzekeringsovereenkomst het risico van (brand-)schade aan het verzekerde gebouw uitsluitend dekt indien het gebruik van het gebouw overeenstemt met de daarvan in de polis opgenomen omschrijving, is de verzekeraar niet tot vergoeding van schade verplicht ingeval die overeenstemming ontbreekt, zulks ongeacht of is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van het bepaalde in art. 293 K (oud).' Zie ook Strikwerda in zijn conclusie voor dit arrest en - voorbijgaand aan een beroep op het ontbreken van overeenstemming van het gebruik van het pand ('hennepkwekerij') met de in de polis opgenomen omschrijving ('antiekwinkel met bovenwoning') - Hof Den Haag 29 mei 2007, NJ F 2007, 326.
Scheltema/Mijnssen 1998, nr. 5.54.
Mijnssen (zie ook: Scheltema/Mijnssen 1998, nr. 5.54) waarschuwde eerder ervoor om te snel aan te nemen dat de omschrijving van het verzekerd interest in de polis een dekkingsbeperkende functie heeft. Zie zijn annotatie bij HR 6 januari 1984, NJ 1985, 590. Instemmend: Asser/Clausing & Wansink 2007, nr. 393.
Vgl. Mendel in zijn noot onder HR 15 mei 1992 (Caransa), NJ 1993, 263, die de niet altijd scherpe formulering verklaart vanuit de gedachte dat een scherpere formulering de polis er in de ogen van het publiek niet aantrekkelijker op zou maken. Hij wijst erop dat reeds eerder is gebleken (in verzwijgingszaken) dat een dergelijke commerciële benadering juridisch haar tol kan eisen.
HR 15 mei 1992 (Caransa), NJ 1993, 263 m.nt. MMM, waarin (in feitelijke instantie en door de Hoge Raad als niet onbegrijpelijk geoordeeld) werd overwogen dat de professionele begeleiding meebracht dat verzekeraar op grond van de redactie in de omschrijving van het verzekerde risico 'waarin Wimpy-bar', redelijkerwijs mocht verwachten dat verzekeringnemer slechts een tot snelrestaurants beperkte bestemming wenste te verzekeren, en dat verzekeringnemer er vanuit behoorde te gaan dat verzekeraar de redactie van de zijde van verzekeringnemer ook zo zou opvatten.
De verzekeraar kan zich allereerst tegen risicoverzwaring wapenen door de verzekerde zaak nader te omschrijven: een bepaald gebruik of een bepaalde bestemming van een gebouw kan in de polis worden opgenomen, maar ook het gevaarsobject als zodanig kan omschreven worden. Een huis dat slechts tegen brand is verzekerd indien het een pannendak heeft, is eenvoudig niet tegen brand verzekerd wanneer het een rieten dak krijgt.1Wanneer vaststaat (1) dat de verzekeringsovereenkomst het risico van (brand)schade uitsluitend dekt indien het gebruik van het gebouw overeenstemt met de daarvan in de polis opgenomen omschrijving en (2) die overeenstemming ontbreekt, dan is de verzekeraar niet tot vergoeding van schade gehouden. Aan art. 293 K (oud) - zo dit artikel al van toepassing mocht zijn - wordt daardoor niet toegekomen.2
De verzekeraar die ter bevrijding van zijn betalingsverplichting op deze dekkingsbeperkende functie een beroep doet, dient de beide genoemde punten te stellen en zo nodig te bewijzen. Beantwoording van de vraag of de verzekeraar tot vergoeding van de door verzekerde geleden schade gehouden is, zal met name voor (het bewijs van) punt (2) veelal feitelijk van aard en/of waardering zijn: 'had het omstreden pand ten tijde van de brand nog steeds als 'in gebruik als woonhuis' te gelden?3 Was het dak ten tijde van de brand bedekt met riet?'. Dat lijkt voor (het bewijs van) punt (1) eveneens zo te zijn omdat de in de polis opgenomen omschrijving voor zich kan spreken. Denk aan het meer gebruikte voorbeeld van de dakbedekking. Voor toelaatbaarheid van een beroep op de dekkingsbeperkende functie van een omschrijving is echter meer vereist: niet voldoende is dat hij, als verzekeraar, slechts bereid is (geweest) c.q. de bedoeling heeft gehad om het risico over te nemen zolang het gevaarsobject aan de polisomschrijving voldoet.4 Vereist is eveneens dat de verzekerde ook heeft begrepen of heeft moeten begrijpen, dat die polisomschrijving meebrengt dat verandering van de aard of de bestemming van de verzekerde zaak een dergelijke dekking deed beëindigen. Óf dat het geval is, zal steeds afhangen van door verzekeraar te stellen feiten en omstandigheden, waarbij mede gelet moet worden op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan het beding mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Gelet op de omstandigheid dat van verzekeraar als de deskundige verlangd mag worden dat hij (in de polis) duidelijk laat blijken waar hij de grenzen legt van het risico dat hij wil dekken, zou ik ervoor willen pleiten het begripsvermogen van verzekerde in deze niet te ver op te rekken en niet te snel aan te nemen dat de polisomschrijving meebrengt dat een wijziging van het risico de dekking doet beëindigen.5 Het risico van de door de verzekeraar niet scherp geformuleerde omschrijving van het gevaarsobject dient voor rekening van verzekeraar te komen.6 Vanzelfsprekend kan daarbij (mede) een rol spelen of de verzekeringnemer professioneel werd begeleid bij de totstandkoming van de verzekering.7