Bewijsrechtelijke verhoudingen in het verzekeringsrecht
Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/:Verhandeling
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/
Verhandeling
Documentgegevens:
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS353482:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Clausing & Wansink 2007, nr. 393.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu de hiervoor weergegeven wettelijke bescherming nog uitsluitend geldt voor verzekeringen, gesloten vóór 1 januari 2006, geldt des te sterker dat de verzekeraar die zich wil wapenen tegen risicoverzwaring, dat bij overeenkomst dient te doen. De praktijk leert, zo stelt Asser/Clausing & Wansink, dat daartoe bij brandverzekering een drietal methoden worden gehanteerd, te weten een gevaarbeperkende omschrijving van het verzekerde interest, het opleggen van een mededelingsplicht aan de verzekeringnemer, gekoppeld aan het recht van de verzekeraar om de premie en/of voorwaarden opnieuw vast te stellen alsmede het stellen van zgn. preventieve garanties (gevaarbeperkende voorwaarden).1 Op de bewijsrechtelijke aspecten die de keuze voor ieder van deze methoden met zich brengt, zal ik hieronder ingaan.