Bewijsrechtelijke verhoudingen in het verzekeringsrecht
Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/:Verhandeling
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/
Verhandeling
Documentgegevens:
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS359383:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie, onder verwijzingen, Wansink 2006, p. 278.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Inleiding
Bijzondere aandacht verdient wel de tweede categorie van merkelijke schuld oftewel brandstichting. In deze categorie immers zal juist het bewijs van brandstichting vaak onderwerp van geschil zijn omdat de feiten en omstandigheden die een rol spelen bij de beoordeling van de vraag of de verzekeraar een schade dient te vergoeden, veelal geenszins vaststaan en er uitsluitend een vermoeden van brandstichting bestaat, zonder dat duidelijk is wat zich werkelijk heeft afgespeeld. Bovendien veronderstelt brandstichting opzet en dat is een inwendige psychische toestand die zich aan de waarneming door derden onttrekt en om die reden alleen wanneer de verzekerde zijn oogmerk opzet bekent, rechtstreeks kan komen vast te staan.1Daarvan zal in de praktijk zelden of nooit sprake zijn. Voorts zij erop gewezen dat het voorgaande evenzeer geldt voor de tweede voorwaarde waaraan moet zijn voldaan voor een geslaagd beroep op brandstichting: het moet gaan om brandstichting door of vanwege de verzekerde zelf. Hieronder zal worden ingegaan op de vraag hoe in de praktijk met de waardering van de aangedragen feiten en omstandigheden wordt omgegaan.