Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/658
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Beslag- en executierecht. Schuldoverneming door derdebeslagene van schuld van beslagene? Miskenning van devolutieve werking van hoger beroep of treden buiten grenzen van rechtsstrijd in hoger beroep?
HR 16-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:755
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 mei 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/01995
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:755, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:205, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑02‑2025
Essentie
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Beslag- en executierecht. Schuldoverneming door derdebeslagene van schuld van beslagene? Miskenning van devolutieve werking van hoger beroep of treden buiten grenzen van rechtsstrijd in hoger beroep?
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01995
Datum 16 mei 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
EGELINCK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Egelinck,
niet verschenen.
Conclusie
Conclusie A-G mr. B.F. Assink:
1. Feiten
1.1
In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.