Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/589
Passieve ambtelijke omkoping door een gerechtsdeurwaarder. Uitleg bestanddeel ‘in zijn bediening’ a.b.i. art. 363 lid 1 aanhef en onder 3° (oud) Sr.
HR 22-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:580
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/02539
- Conclusie
plv. A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Gerechtsdeurwaarder
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:580, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:94, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑02‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑04‑2024
- Wetingang
Art. 363 lid 1 aanhef en onder 3° (oud) Sr
Essentie
Passieve ambtelijke omkoping door een gerechtsdeurwaarder, die slachtoffers heeft gevraagd om seksuele diensten in ruil voor een voorkeursbehandeling. Uitleg van het bestanddeel ‘in zijn bediening’, zoals bedoeld in art. 363 lid 1 aanhef en onder 3° (oud) Sr.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het bestanddeel ‘in zijn bediening’, zoals bedoeld in art. 363 lid 1 aanhef en onder 3° (oud) Sr.
Het hof heeft op grond van feitelijke en toereikend gemotiveerde vaststellingen geoordeeld dat de voorkeursbehandeling, die de verdachte zijn slachtoffers voorstelde als tegenprestatie voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.