Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.4.4.4:9.4.4.4 Vaststellen en verhogen van het onderzoeksbudget en het beslechten van geschillen over zekerheidstelling
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/9.4.4.4
9.4.4.4 Vaststellen en verhogen van het onderzoeksbudget en het beslechten van geschillen over zekerheidstelling
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS457848:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In § 4.3.2 heb ik voorgesteld dat de Ondernemingskamer niet meteen bij de beslissing waarbij zij het onderzoek gelast het onderzoeksbudget vaststelt, maar dit eerst door de onderzoekers laat begroten alvorens het vast te stellen. Artikel 2:350 lid 3 BW bepaalt onder meer dat de Ondernemingskamer hangende het onderzoek op verzoek van de onderzoekers het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, kan verhogen.1Ik zie geen reden waarom de raadsheer-commissaris het onderzoeksbudget niet zou kunnen vaststellen en op verzoek van de onderzoekers niet zou kunnen verhogen. Ik heb daarvoor de volgende argumenten. De beslissing waarbij het onderzoeksbudget wordt vastgesteld en, indien nodig, verhoogd, is een beslissing die genomen wordt om het onderzoek mogelijk te maken en af te ronden. De vaststelling of verhoging van het onderzoeksbudget staat los van de beslissing in de tweedefaseprocedure. Het is dus een beslissing ter instructie van het onderzoek, waardoor deze niet is voorbehouden aan de Ondernemingskamer. Ook bij het deskundigenonderzoek in de civiele procedure kan de raadsheer-commissaris het onderzoeksbudget vaststellen en eventueel verhogen.2 Een reden waarom ik het zelfs voor de hand vind liggen om de raadsheer-commissaris hierover te laten beslissen, is dat een verweer tegen een verzoek om verhoging van het onderzoeksbudget in de regel is gegrond op de wijze waarop de onderzoekers het onderzoek uitvoeren.3 Het is niet wenselijk dat partijen dezelfde bezwaren die zij aan een verzoek om een aanwijzing ten grondslag kunnen leggen, bij de Ondernemingskamer kunnen aanvoeren als verweer tegen een verzoek om verhoging van het onderzoeksbudget. Het is beter deze beslissingen bij de raadsheer-commissaris te concentreren, ook om te voorkomen dat de procedure bij de Ondernemingskamer als een verkapt hoger beroep tegen de beschikking van de raadsheer-commissaris wordt gebruikt.
Ik meen dat er geen wetswijziging nodig is om te bewerkstelligen dat de raadsheer-commissaris een verzoek om verhoging van het onderzoeksbudget mag behandelen. De raadsheer-commissaris kan zijn bevoegdheid hiertoe namelijk ontlenen aan analoge toepassing van artikel 198 lid 2 jo. artikel 16 lid 5 Rv. Om de in § 9.4.4.1 uiteengezette reden is het wenselijk deze bevoegdheid in de wet vast te leggen.
In § 4.4.2 heb ik uiteengezet dat de Ondernemingskamer geschillen over het stellen van zekerheid beslist. De aard van de beslissing over een geschil over zekerheidstelling brengt mee dat deze kan worden overgelaten aan de raadsheer-commissaris.