Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/730
Medeplegen aanwezig hebben van cocaïne (art. 2 onder C Opiumwet) en medeplegen aanwezig hebben van hennep, meermalen gepleegd (art. 3 onder C Opiumwet). Verweer dat staandehouding onrechtmatig was, omdat geen sprake was van redelijk vermoeden van schuld. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/731.
HR 27-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:803
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 mei 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/04538
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:803, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:268, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑03‑2025
Essentie
Medeplegen aanwezig hebben van cocaïne (art. 2 onder C Opiumwet) en medeplegen aanwezig hebben van hennep, meermalen gepleegd (art. 3 onder C Opiumwet). Verweer dat staandehouding onrechtmatig was, omdat geen sprake was van redelijk vermoeden van schuld. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/731.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04538
Datum 27 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2022, nummer 20-000924-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.