Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/7.3.1.1.2
7.3.1.1.2 Revindicatie zonder ontbinding?
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90867:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Brahn 1991, p. 135-136; Vriesendorp 1985, p. 65-67; Mezas 1985, p. 13-14; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/970; Reehuis 2013, nr. 85; Asser/Van Mierlo 3-VI 2016/540; Snijders & Rank-Berenschot 2017/501. Anders: Verstijlen 2015, GS Vermogensrecht, art. 3:92 BW, aant. 39.1.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.1.3.
Deze bepaling is van regelend recht op een overeenkomst tussen professionele partijen. Partijen kunnen hier bij overeenkomst van afwijken.
Eggens, Themis 1930/91, p. 409-448.
Asser/Van Mierlo 3-VI 2016/540; Verheul 2018, p. 164-166. In de literatuur wordt ook verdedigd dat dit mogelijk is zonder uitdrukkelijk beding: Vriesendorp 1985, p. 64-65; Reehuis 2013, nr. 87; Verstijlen 2015, GS Vermogensrecht, art. 3:92 BW, aant. 38.3, 39.1.
Verstijlen 2015, GS Vermogensrecht, art. 3:92 BW, aant. 39.2.
In de literatuur wordt algemeen aangenomen dat het definitief opeisen van de zaak, dus de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud, de ontbinding impliceert.1 Voor de overeenkomst van goederenkrediet2 bepaalt art. 7:90 BW dat de afgifte van de zaak door de koper in reactie op een schriftelijke verklaring tot terugvordering wegens niet-nakoming van de leverancier tot gevolg heeft dat de overeenkomst buitengerechtelijk wordt ontbonden.3 De schriftelijke verklaring tot terugvordering houdt dus een verklaring tot ontbinding en de revindicatie van de zaken in. Op grond van art. 7:90 BW vindt de ontbinding plaats op het moment van de afgifte van de zaak door de koper. Aangezien ontbinding is vereist om de zaken terug te nemen, moeten de ontbinding en revindicatie als een samenval van rechtsmomenten worden gezien.4
Partijen kunnen echter anders afspreken. Zij kunnen overeenkomen dat de leverancier de zaken kan terugnemen, zonder de koopovereenkomst te ontbinden.5 Dit is een zuiver pressiemiddel. Dit heeft ten gevolg dat de koper eigenaar onder opschortende voorwaarde blijft. Hij blijft gehouden om de koopprijs te betalen. De leverancier blijft verplicht om te leveren. Dit kan tot een voor de koper onwenselijke situatie leiden. Zonder ontbinding ontstaan er namelijk geen ongedaanmakingsverbintenissen. Reeds betaalde koopprijstermijnen hoeft de leverancier niet terug te betalen aan de koper, terwijl hij de zaak wel heeft teruggenomen. De koper heeft zelf niet de bevoegdheid om te ontbinden, omdat de leverancier niet jegens hem tekortschiet. Om deze reden kan de leverancier in het Duitse recht de zaken slechts terugnemen als hij ook de koopovereenkomst ontbindt. Het BGH oordeelde dat de koper de feitelijke macht en daarmee het gebruik van de zaak niet moet kunnen verliezen en wel tot betaling verplicht blijft. Dit is gecodificeerd in §449 lid 2 BGB.6 Aan de hand van een beroep op misbruik van bevoegdheid of de redelijkheid en billijkheid kan deze situatie in het Nederlandse recht gecorrigeerd kunnen worden ten gunste van de koper.7