Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/7.3.1.1.1:7.3.1.1.1 Ontbinding en revindicatie
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/7.3.1.1.1
7.3.1.1.1 Ontbinding en revindicatie
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90964:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
MvA II,Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 387-388.
Zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.2.1.2. Verheul 2018, p. 51-55 noemt dit ‘de neutrale werking’ van het eigendomsvoorbehoud.
MvAI, Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 388; Asser/Sieburgh 6-III 2018/699.
Steneker 2005, p. 26-27; Asser/Sieburgh 6-I 2016/180; Rongen, Ondernemingsrecht 2017/37, p. 225; Verheul 2018, p. 316-321.
Zie ook Verheul 2018, p. 160-164.
Zie voor een uitzondering hierop art. 6:82 lid 2 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is de koper in verzuim met de nakoming van zijn verbintenis, dan kan de leverancier de koopovereenkomst ontbinden. Daardoor kan de opschortende voorwaarde waaronder de leverancier de zaken heeft overgedragen niet meer worden vervuld en kan de leverancier de zaken als onvoorwaardelijk eigenaar revindiceren.
Deze uitkomst is door de wetgever beoogd bij de invoering van art. 3:92 BW. De minister overwoog dat de leverancier de geleverde zaken kan revindiceren en de zaken niet behoeft te executeren. De wetgever hechtte belang aan het feit dat de leverancier eigenaar van de zaken was voor de overdracht.1 Met de ontbinding van de koopovereenkomst waarin een eigendomsvoorbehoud is opgenomen ontstaat een situatie zoals die bestond voor het sluiten van de koopovereenkomst.2 Ook is het huidige recht op deze wijze in lijn met het BW (oud). Ontbinding had toen namelijk terugwerkende kracht tot het moment van de contractsluiting, waardoor de leverancier achteraf gezien altijd eigenaar was gebleven, ongeacht of hij een eigendomsvoorbehoud had bedongen.3
Naar huidig recht heeft ontbinding geen terugwerkende kracht. De ontbinding bevrijdt partijen van de nog niet nagekomen verplichtingen (art. 6:271 BW). Voor de koper vervalt de verbintenis tot betaling van (het onbetaalde gedeelte van) de koopprijs. Hierdoor wordt het blijvend onmogelijk om de verbintenis te voldoen. De voorwaarde waaronder de eigendom is overgedragen kan niet meer in vervulling gaan. De opschortende voorwaarde houdt op te bestaan.4 De eigendom onder ontbindende voorwaarde van de leverancier groeit aan tot onvoorwaardelijke eigendom. De koper houdt de zaken zonder rechtsgrond en de leverancier kan de zaken als eigenaar revindiceren.5
Wil de leverancier de koopovereenkomst ontbinden en de zaken revindiceren, dan dient hij hiertoe een schriftelijke of elektronische verklaring te sturen aan de koper of de ontbinding gerechtelijk te eisen (art. 6:267 BW).6 Verder is vereist dat de koper in verzuim is (art. 6:265 lid 2 BW). Hiervoor dient de leverancier de koper in beginsel in gebreke te stellen (art. 6:82 lid 1 BW). De koper wordt schriftelijk aangemaand en krijgt nog een redelijke termijn voor nakoming.7 Indien de koper niet nakomt binnen deze termijn treedt het verzuim in. Een ingebrekestelling is niet vereist voor verzuim in de gevallen genoemd in art. 6:83 BW. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een fatale termijn (art. 6:83 sub a BW).8 Of de partijafspraak inderdaad een fatale termijn inhoudt, hangt af van de bewoordingen, de aard van de verbintenis en andere omstandigheden van het geval.9Is sprake van een fatale termijn die is verstreken zonder dat de koper zijn verbintenis is nagekomen, dan treedt het verzuim van rechtswege in en kan de leverancier de overeenkomst ontbinden en de zaken revindiceren.
Uit het bovenstaande volgt al dat de leverancier de zaken niet hoeft te executeren om het zekerheidsrecht te effectueren, anders dan een schuldeiser met een pandrecht. De leverancier kan de zaken revindiceren (na ontbinding) en er vervolgens vrij over beschikken. De leverancier kan ook overgaan tot ontbinding nadat de koper failliet is verklaard.10 De zaken vallen niet in de failliete boedel, want zij zijn geen eigendom van de koper. Wel is de leverancier gebonden aan een mogelijk afgekondigde afkoelingsperiode, waardoor hij tijdelijk wordt belet in het terugnemen van de zaken (art. 63a FW).11 Ook is de curator mogelijk bevoegd om de zaken van de leverancier te verkopen tijdens de afkoelingsperiode. Dit wordt besproken in hoofdstuk 12.