Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/623
Deelneming aan rechtsextremistische en terroristische organisatie, art. 140a lid 1 Sr. 1. Bewijsklacht. Had verdachte wetenschap van oogmerk van organisatie? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verdachte niet wist dat organisatie het oogmerk had tot het plegen van terroristische misdrijven, art. 359 lid 2 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 22-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:650
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/01708
- Conclusie
​A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:650, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:249, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑03‑2025
Essentie
Deelneming aan rechtsextremistische en terroristische organisatie, art. 140a lid 1 Sr. 1. Bewijsklacht. Had verdachte wetenschap van oogmerk van organisatie? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verdachte niet wist dat organisatie het oogmerk had tot het plegen van terroristische misdrijven, art. 359 lid 2 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01708
Datum 22 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 april 2023, nummer 22-003669-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] , ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.