Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/493
Medeplegen handel in cocaïne (art. 2 onder B Opiumwet). Bewijsklacht medeplegen. Is bewezenverklaard medeplegen van handel in cocaïne door verdachte toereikend gemotiveerd? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/492.
HR 25-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:454
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/04350
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:454, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:79, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑02‑2025
Essentie
Medeplegen handel in cocaïne (art. 2 onder B Opiumwet). Bewijsklacht medeplegen. Is bewezenverklaard medeplegen van handel in cocaïne door verdachte toereikend gemotiveerd? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/492.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04350
Datum 25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 november 2022, nummer 20-001709-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.