Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.2.3.5:3.2.3.5 Vaardigheden
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.2.3.5
3.2.3.5 Vaardigheden
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459113:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het kan wenselijk zijn dat de hulppersoon dan ook tot deskundige wordt benoemd. Zie bijvoorbeeld Rb. Arnhem 17 september 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BF3774 (X/Ohra).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Behalve over kennis en ervaring moet de deskundige ook over een aantal basisvaardigheden beschikken. Hij moet op basis van zijn vakinhoudelijke en forensische kennis kunnen beoordelen of de door de rechter gestelde vragen op een zinvolle wijze zijn te beantwoorden. Als dat niet het geval is, moet hij dat aan de rechter melden zodat enerzijds deze kan bezien of de vraagstelling zo kan worden aangepast dat de deskundige deze kan beantwoorden en anderzijds de rechter die antwoorden kan gebruiken bij zijn beslissing. De deskundige zal een onderzoeksplan moeten kunnen maken en het onderzoek volgens dat plan moeten kunnen uitvoeren. Waar daarvoor bijzondere vaardigheden vereist zijn, moet hij die beheersen of, indien mogelijk, een deel van het onderzoek laten uitvoeren door hulppersonen die die vaardigheden wel hebben.1 Vervolgens zal de deskundige een verslag van zijn bevindingen moeten opstellen. Ook dat vereist bijzondere vaardigheden. De deskundige moet zijn deskundigenbericht in voor niet-deskundigen heldere bewoordingen kunnen opschrijven, waarbij hij zijn onderzoeksmethode verantwoordt en zijn conclusies motiveert, zodat deze voor de rechter en partijen controleerbaar zijn. Indien gevraagd, moet de deskundige ook in staat zijn het deskundigenbericht mondeling toe te lichten.