Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.2.2
3.2.2 Redenen waarom overleg met partijen over de benoeming van deskundigen wenselijk is
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS454286:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De Groot 2008, p. 157; De Groot 2012, p. 14.
De Groot 2008, p. 157; De Groot 2012, p. 17.
Vgl. Giard in zijn bijdrage aan het symposium Expertise en Recht op 8 februari 2008, Volkskrant16 februari 2008: “Je moet geen emeritus hebben, maar iemand die nog gewoon aan het werk is. En ook geen hoogleraar, maar iemand die met zijn poten in de modder staat.” Zie ook Giard 2009,p. 89; Giard 2011, p. 177.
Vgl. conclusie A-G Huydecoper voor HR 1 februari 2008, NJ 2008/84 (Borst/Kamphuis c.s.), nr. 25; Giard 2009, p. 90; Beaujean 2010, p. 192.
De Groot & Elbers 2008, p. 135-136.
In de literatuur wordt een aantal redenen genoemd waarom het wenselijk is dat de rechter de deskundigen in overleg met partijen benoemt. De eerste reden is dat het deskundigenadvies meestal grote betekenis heeft voor de beslissing van het geschil van partijen. Het ligt in de rede dat de aanvaardbaarheid van deze beslissing voor partijen mede afhankelijk is van de aanvaardbaarheid van het deskundigenadvies. Of het deskundigenadvies voor partijen aanvaardbaar is, wordt mede bepaald door de perceptie van partijen of de gekozen persoon geschikt is om in hun zaak als deskundige op te treden.1 Een tweede reden waarom het wenselijk is dat de rechter partijen bij de keuze van de deskundige betrekt, is dat partijen en hun advocaten vaak waardevolle ideeën hebben over wie in hun zaak een geschikte deskundige zou kunnen zijn. Partijen en hun advocaten en andere adviseurs hebben vaak meer vakinhoudelijke kennis dan de rechter op het gebied waarop de specifieke deskundigheid van de deskundige wordt gezocht. Zij kunnen de rechter soms suggesties voor een deskundige aan de hand doen waar de rechter zelf niet op zou kunnen komen.2 Een derde reden waarom het als uitgangspunt wenselijk is partijen invloed te geven op de persoon van de deskundige is om te voorkomen dat daar achteraf discussie over ontstaat. Die discussie kan betrekking hebben op de al dan niet vermeende afhankelijkheid of partijdigheid van de deskundige, eventuele conflicterende belangen, zijn leeftijd en ervaring (bijvoorbeeld het verwijt dat hij te lang niet meer actief is op zijn vakgebied),3 maar bijvoorbeeld ook op zijn eventuele uitgesproken of zelfs controversiële opvattingen over het onderwerp waarop zijn deskundigheid wordt gevraagd.4 Een vierde reden voor het plegen van overleg is dat dit partijen de gelegenheid biedt om gezamenlijk de rechter een voorstel te doen voor de te benoemen deskundigen. Ofschoon de rechter niet gebonden is aan een eensluidend voorstel van partijen, zal de rechter daaraan, aannemende dat de voorgestelde persoon ook bereid is een benoeming als deskundige te aanvaarden, zonder goede argumenten niet voorbij mogen gaan. Ten slotte kan overleg ook zinvol zijn met het oog op het in de hand houden van de kosten van het deskundigenbericht. Daarbij kan men in de eerste plaats denken aan het aantal te benoemen deskundigen. Verder zijn sommige deskundigen veel duurder dan andere.5
In de literatuur gaan geen stemmen op om het overleg met partijen over de benoeming van deskundigen af te schaffen. De Groot en Elbers troffen in hun onderzoek naar inschakeling van deskundigen in de civiele rechtspraak één advocaat die het overleg wilde afschaffen, omdat het te veel tijd zou kosten. Andere geïnterviewden wilden daar echter niets van weten.