Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.3.6:10.3.6 Bescherming van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.3.6
10.3.6 Bescherming van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS457846:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:569 (Rabobank/Stichting Restschuld Eerlijk Delen c.s.), r.o. 3.5.2.
Zie vorige noot.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omdat een rechtspersoon alleen door natuurlijke personen kan handelen, komt in het verslag het handelen van natuurlijke personen onvermijdelijk aan de orde. Reeds de vermelding van de namen van natuurlijke personen in het verslag vormt een inbreuk op hun recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, welk recht mede beschermd wordt door artikel 8 EVRM.1 Als deze inbreuk echter voorzien is bij de wet (en dat is het geval: zie artikel 2:351 lid 4 BW) en, kort gezegd, voldoet aan het noodzakelijkheidsvereiste, kan deze zijn gerechtvaardigd. Daartoe moet de inbreuk in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van, voor zover relevant, het economisch welzijn van het land en de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. Waar het gaat om de vermelding van personen in het verslag zouden de onderzoekers onder meer de volgende omstandigheden in aanmerking kunnen nemen:
De mate van waarschijnlijkheid dat het verslag ter inzage wordt gelegd voor eenieder of anderszins in brede kring zal worden verspreid. Een verspreiding van het verslag in kleine kring vormt een kleinere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van in het verslag genoemde personen dan een terinzagelegging voor eenieder;
De aard van de in het verslag beschreven handelingen van natuurlijke personen en de eventuele kwalificatie daarvan;
De functie van de betrokken natuurlijke personen bij de rechtspersoon of andere partijen in de procedure. Behoudens uitzonderingen lijkt er geen bezwaar tegen te bestaan dat bestuurders en commissarissen van de betrokken rechtspersoon bij name worden genoemd, maar voor (voormalige) werknemers van de rechtspersoon is een rechtvaardiging daarvoor moeilijker te beargumenteren;
De gevolgen van het eventuele anonimiseren van de namen van de betrokken personen voor de leesbaarheid van het verslag;
De tijd die het zou kosten het verslag te anonimiseren.
Bij mijn weten is het tot op heden niet voorgekomen dat de onderzoekers de namen van personen die zij in het verslag vermelden, hebben geanonimiseerd of hen alleen met hun functie hebben aangeduid. Naar mijn mening noopt de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak- Rabobank/RED c.s. de onderzoekers af te wegen of het vermelden van de namen van natuurlijke personen in het verslag noodzakelijk is.2
Eenzelfde afweging moeten de onderzoekers maken bij het al dan niet aanhechten aan het verslag van brondocumenten, zoals (elektronische) correspondentie. Daardoor kan ook een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen worden gemaakt. De gevolgen daarvan kunnen mogelijk worden gemitigeerd door de gegevens in het brondocument die inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen onleesbaar te maken.