Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/5.4.2.2:5.4.2.2 Algemene regel
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/5.4.2.2
5.4.2.2 Algemene regel
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS578279:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Poortinga 2001, p. 15-16.
HR 5 februari 1993 (Gem. Rotterdam/Staat), AB 1993, 239 m.nt. FHvdB.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de eerste plaats kan uit de eis dat een bepaalde regel, wil deze als recht in de zin van art. 79 RO kunnen gelden, 'zich naar inhoud en strekking ertoe moet lenen jegens de daarbij betrokkenen als rechtsregel te worden toegepast', worden afgeleid dat het moet gaan om een algemeen geformuleerde regel, die in meer dan één geval kan worden toegepast. Een belangrijk kenmerk van rechtsregels is immers dat deze een algemene werking hebben en voor meerdere gevallen gelding hebben.1
Van een algemene regel in deze zin lijkt echter al snel sprake te zijn: de Hoge Raad heeft in het verleden bijvoorbeeld de 'Financieringsregeling Wel-zijnsovereenkomst', een ministeriële regeling die slechts tot de vier grote gemeenten was gericht, als recht in de zin van art. 79 RO aangemerkt.2 Niet noodzakelijk is in het kader van art. 79 RO derhalve dat de kring van (potentiële) geadresseerden van een regeling onbepaald is. Ook een rechtersregeling die zich slechts tot een beperkte groep personen richt - zoals bijvoorbeeld een rolreglement van één enkele rechtbank, dat behalve voor de rechter in feite slechts voor de procureurs in het desbetreffende arrondissement is bestemd -zal zich in dit opzicht kunnen lenen voor toepassing als rechtsregel. De eis dat het om een algemene regel moet gaan heeft dus slechts een (zeer) beperkt onderscheidend vermogen.