Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/5.4.2.1:5.4.2.1 Inleiding
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/5.4.2.1
5.4.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS583078:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook de noot van Van der Burg onder HR 29 juni 1990, NJ 1991,120, AB 1990, 561, die opmerkt dat deze eis 'eerder een herformulering van de vraag dan een antwoord' inhoudt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het criterium 'zich naar inhoud en strekking lenen voor toepassing als rechtsregel' is een weinig helder criterium. Er lijkt zelfs een zekere cirkelredenering achter schuil te gaan: een bepaalde regel (hier: een rechtersregeling) is 'recht' in de zin van art. 79 RO, en leent zich daarmee in elk geval in cassatie voor toepassing als rechtsregel, wanneer deze 'zich leent voor toepassing als rechtsregel'.1 Echt verhelderend is de formulering dus niet. Door de Hoge Raad is tot nu toe in geen enkele uitspraak nader uiteengezet waarom een regel al dan niet aan deze eis voldeed; in de literatuur zijn hieromtrent in het algemeen evenmin uitvoerige beschouwingen te vinden. Niettemin kunnen enige gezichtspunten worden geformuleerd die bij de invulling van dit vereiste een rol kunnen spelen.